1.In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet
ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van
het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de vergoeding voor de
werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding, conform
het bepaalde in artikel 12 van het Rechtspositiebesluit raads- en
commissieleden, ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van
bedoelde korting.
2.In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit
Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na
toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting
op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het
raadslidmaatschap meer bedraagt dan de vergoeding voor de werkzaamheden
die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding, conform het bepaalde
in artikel 12 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, ten
laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.
Hoofdstuk
Artikel 7.
Compensatie korting werkloosheidsuitkering
Onderdeel van Verordening rechtspositie politieke ambtsdragers 2014