Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 4

Artikel 14

Urgentie

Onderdeel van Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013

1.. Een huishouden dat voldoet aan de criteria genoemd in het artikel 4 en dat geen gebruik kan maken van een voorliggende voorziening, kan een urgentieverklaring aanvragen bij burgemeester en wethouders op een daartoe door hen vastgesteld formulier. 2.. Een urgentieverklaring kan worden verleend indien de aanvrager: in een acute noodsituatie verkeert; op grond van medische of sociale redenen dringend woonruimte nodig heeft; moet omzien naar een woonruimte na verblijf in een psychiatrische instelling, een opvanghuis of een erkende hulp- of dienstverleningsinstelling; woonruimte nodig heeft in verband met de sloop of ingrijpende renovatie van de huidige woning of bij herstructurering van het gebied waarin deze woonruimte is gelegen; houder is van een verblijfsvergunning, verleend op grond van een asielverzoek, als omschreven in artikel 8 onder a t/m e en l van de Vreemdelingenwet 2000 en die na verlening van de vergunning voor de eerste maal woonruimte zoekt. valt onder de door het Rijk aangewezen groepen; valt onder de door burgemeester en wethouders aangewezen groepen van kandidaten. 3.. Burgemeester en wethouder beslissen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 4.. De beslistermijn kan eenmalig met ten hoogste vier weken worden verlengd. 5.. Op of bij de urgentieverklaring vermelden burgemeester en wethouders de volgende informatie: de naam, het adres en de woonplaats; de geboortedatum; het dossiernummer; de datum van inschrijving; het zoekprofiel; de wijze van bemiddeling. 6.. Deze verklaring is alleen geldig in de gemeente waar deze is afgegeven. 7.. In afwijking van het zesde lid zijn verklaringen voor stadsvernieuwingsurgenten afgegeven in de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Haarlemmermeer, Purmerend Uithoorn en Zaanstad geldig in de zes genoemde gemeenten. 8.. De urgentieverklaring is geldig voor ten hoogste 52 weken. 9.. Burgemeester en wethouders kunnen de geldigheidsduur van de verklaring verlengen voor bijzondere gevallen of bijzondere urgentiecategorieën. 10.. Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring intrekken indien: het huishouden niet meer in de omstandigheden verkeert op basis waarvan de verklaring is verleend; indien de feitelijke omstandigheden niet overeenstemmen met de beschrijving van die omstandigheden in de Gemeentelijke Basisadministratie; het huishouden daarom verzoekt; de urgentieverklaring is verleend op grond van door het huishouden verstrekte gegevens waarvan de aanvrager wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; het huishouden een aanbieding van een naar het oordeel van burgemeester en wethouders passende woonruimte heeft geweigerd, of de termijn waarvoor de verklaring is verstrekt, is verstreken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel