De eigenaar van een woonruimte aangewezen in artikel 2, is verplicht het ter beschikking komen van die woning binnen vijf werkdagenaan burgemeester en wethouder te melden. De melding geschiedt op een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.
Het eerste lid niet van toepassing voor eigenaren van woonruimte die deelnemen aan het Convenant.
Een woonruimte wordt geacht ter beschikking te zijn gekomen, wanneer:
degene die de woonruimte in gebruik heeft, aan de eigenaar het gebruik daarvan heeft opgezegd;
de woonruimte is ontruimd op basis van een uitspraak van de burgerlijke rechter of op last van de officier van justitie, dan wel vaststaat dat ontruiming rechtens mogelijk is;
de woonruimte niet langer als zodanig in gebruik is;
op enigerlei andere wijze is gebleken dat de woonruimte te huur of vrij van huur te koop is;
de woonruimte niet langer wordt bewoond door de laatste bewoner die de woonruimte als hoofdverblijf in gebruik had overeenkomstig de regels, gesteld bij of krachtens de Huisvestingswet;
de woonruimte na woningverbetering of verbouwing weer voor bewoning geschikt is.
De eigenaar is verplicht tot leegmelding van woonruimte aan burgemeester en wethouders, op het moment dat een woonruimte langer dan twee maanden leegstaat of zal leegstaan.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 17
Leegmelding
Onderdeel van Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013