Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien:
de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de vergunning geen gebruik meer te willen maken;
de vergunninghouder de in de vergunning vermelde standplaats niet binnen de genoemde termijn in gebruik heeft genomen;
de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 6
Artikel 24
Intrekken vergunning
Onderdeel van Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013