Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 34

Amendementen

Onderdeel van Reglement van Orde voor de Raad 2014

1.. Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 2.. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een subamendement voor te stellen. 3.. Elk amendement of subamendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 4.. De indiener of indieners kunnen het amendement of subamendement intrekken totdat met de stemming een aanvang is gemaakt dan wel, indien geen stemming wordt verlangd, de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. 5.. Een amendement is ontoelaatbaar indien het een strekking heeft tegengesteld aan die van het geagendeerde voorstel of indien er tussen de inhoud van het amendement en die van het voorstel geen rechtstreeks verband bestaat. Een amendement wordt geacht toelaatbaar te zijn zolang de raad het niet ontoelaatbaar heeft verklaard. Een daartoe strekkend voorstel kan, zo nodig met onderbreking van de orde, worden gedaan door de voorzitter of een lid van de raad.

Rechtspraak bij dit artikel