Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 41

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van Orde voor de Raad 2014

1.. Schriftelijke vragen worden ingediend op het daarvoor door het presidium vastgestelde formulier en wordenkort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een korte toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. 2.. De vragen worden door tussenkomst van de griffier bij de voorzitter ingediend. Deze draagt zorg dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis worden gebracht van de raad en het college dan wel, als de vragen aan hem zijn gericht, de burgemeester. 3.. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats door middel van het daarvoor door het presidium vastgestelde formulier, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende vergadering van de raad. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de raad hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 4.. De antwoorden van het college of de burgemeester en berichten als bedoeld in de laatste volzin van het derde lid worden door tussenkomst van de griffier aan de raad toegezonden. 5.. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording, in de eerstvolgende vergadering van de raad en bij mondelinge beantwoording in dezelfde vergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent de door het college of de burgemeester gegeven antwoorden, tenzij de raad anders beslist.

Rechtspraak bij dit artikel