De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet worden
voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter
van de commissie.
artikel 2:1, tweede lid (verlangen schriftelijke
machtiging);
artikel 6:6, voor wat betreft het aan de indiener stellen van
een termijn waarbinnen het verzuim in de zin van het niet
voldoen aan de vereisten als gesteld in artikel 6:5 van de wet
kan worden hersteld; artikel
artikel 6:14 lid 1 (sturen van een schriftelijke
ontvangstbevestiging)
artikel 6:17 voor zover het de verzending van stukken betreft
tijdens de behandeling door de commissie;
artikel 7:4 tweede lid (ter inzage legging stukken);
artikel 7:6 vierde lid (achterwege laten van het op de hoogte
stellen van het verhandelde tijdens het horen buiten
aanwezigheid)
artikel 7:10 derde lid (verdaging van de beslissing).