De leden van de commissie oefenen hun functie niet uit dan nadat zij, in
de vergadering van de commissie in handen van de burgemeester, de
volgende eed (verklaring en belofte) hebben afgelegd:
“ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de commissie voor
bezwaarschriften benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder
welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of
beloofd”
“ik zweer (verklaar en beloof) dat ik om iets in dit ambt te doen of te
laten, rechtstreeks noch middellijk enige geschenken of enige belofte
zal aannemen”
“ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de
wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de commissie voor
bezwaarschriften naar eer en geweten zal vervullen.
Zo waarlijk helpe mij God almachtig (dat verklaar en beloof ik)”.
Hoofdstuk 1
Artikel 8
Eed, verklaring en belofte
Onderdeel van Verordening op de commissie voor bezwaarschriften 2014