Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde
mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd
voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere
recreatieve doeleinden;
kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel
enig ander onderkomen of voertuig of gewezen voertuig of een
gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde waarvoor een
omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in
artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze
onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn
bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt
voor recreatief nachtverblijf;
niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere
verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele
kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak
bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve
doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die
doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden;
vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is
voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een
zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan;
jaarplaats: een vaste standplaats die 7-12 maanden beschikbaar
is;
seizoenplaats: een vaste standplaats die 3-7 maanden beschikbaar
is in de periode tot 1 november;
voorseizoenplaats: een vaste standplaats die maximaal 3 maanden
beschikbaar is in de periode tot 1 juli.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Toeristenbelasting 2014