Met betrekking tot een verzoek om kwijtschelding van de in artikel 2 genoemde belastingen en heffingen verschuldigd door een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent en die geen verband houden met de uitoefening van dat bedrijf of beroep, zijn de afdelingen 1,2 en 5 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 van overeenkomstige toepassing, alsmede het raadsbesluit van 16 december 1996 inzake de Verruiming kwijtscheldingsnormen.
In aanvulling hierop geschiedt
**a..** De wijze waarop het inkomen wordt bepaald, conform de uitvoering van artikel 6 van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;
**b..** De wijze waarop het voor de uitoefening van dat bedrijf of beroep noodzakelijke bedrijfsvermogen getoetst wordt, conform de uitvoering van paragraaf 3 van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, met uitzondering van de bepaling in artikel 7 van dit besluit, ten aanzien van vermogen gebonden in de door de zelfstandige of zijn gezin in eigendom bewoonde woning met bijbehorend erf.