In het eerste lid is de opdracht aan het bestuur vormgegeven analoog aan artikel 7 van de Wwb. Hiervoor is gekozen uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie. Tevens biedt dit artikel de mogelijkheid om aan het bestuur specifieke opdrachten mee te geven. Een voorbeeld kan zijn een speciale opdracht om uitstroom uit bestaande gesubsidieerde arbeid te stimuleren. In de Wwb is in artikel 10, derde lid aangegeven dat de aanspraak op voorzieningen alleen geldt v oor die personen die ook daadwerkelijk inwoners van de gemeente zijn, door middel van een verwijzing naar art ikel 40, eerste lid van de wet. Door deze verwijzing ook aan de opdracht aan het bestuur te koppelen, geeft de gemeente aan de voorzieningen alleen voor de eigen inwoners in te willen zetten.
Het tweede lid is de vertaling van de opdracht uit de Wwb dat de gemeente evenwichtige aandacht aan de diverse do elg roepen moet besteden, en rekening moet houden met de combinatie arbeid en zorg. In de beleidsregels wordt dit punt uitgewerkt. De ondersteuning, zo is in dit lid aangegeven, richt zich op zowel participatie als inschakeling in de arbeid. Van geval tot geval moet worden bezien of de ondersteuning zich moet richten op participatie, arbeidsinschakeling, of een combinatie van beide. Een belangrijke overweging hierbij zijn de (ontwikkelings)mogelijkheden van degene die aanspraak op de re-integratievoorziening maakt.
Het derde lid geeft het bestuur de specifieke opdracht een zodanig aanbod van voorzieningen te realiseren, dat zoveel mogelijk personen ondersteund kunnen worden. Het bestuur zal daarbij te maken hebben met beperkte financiële middelen.