Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Aanspraak op ondersteuning

Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand

De Wwb stelt niet zo expliciet dat de aanspraak op voorzieningen in de verordening geregeld moet worden. Immers, het is ook al in de Wwb zelf geregeld. Eveneens uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie is ervoor gekozen een algemene bepaling over de aanspraak op te nemen (eerste lid). In het tweede lid wordt expliciet de koppeling gelegd tussen de algemene aanspraak van de cliënt en de criteria die gehanteerd worden bij het aanbieden van voorzieningen. Daarbij wordt verwezen naar de verordening en de beleidsregels. De tekst van het derde lid benadrukt, dat de re-integratievoorziening een bijdrage moet leveren aan een duurzame situatie waarin de ontvanger van die voorziening participeert of arbeid verricht. Hierbij is een zo groot mogelijk economische zelfstandigheid een belangrijk (eind)doel: niet voor iedere ontvanger van een re-integratievoorziening is economische zelfstandigheid een doel om na te streven, laat staan een einddoel. Soms is maatschappelijke participatie op korte, middellange en zelfs op lange termijn het hoogst haalbare en zal daarom sprake zijn van een duurzame financiële ondersteuning van gemeentewege. Bijvoorbeeld via het minimabeleid, dat volop in ontwikkeling is en blijft. In het vierde lid wordt duidelijk dat de cliënt ook zelf initiatief kan nemen. Dit kan uiteraard alleen gehonoreerd worden als dit past binnen de financiële en inhoudelijke kaders van de verordening. Zo is het bijvoorbeeld in beginsel niet mogelijk dat een klant zelf een re-integratiebedrijf selecteert. Het Plein is, gezien het inkoopbeleid namelijk zelf gebonden aan spelregels en contracten met externe partijen. Desalniettemin is, in lijn met de grondslag (flexibiliteit, zie onder inleiding van de toelichting) van deze verordening en indien het inkoopbeleid met betrekking tot re-integratievoorzieningen en -partijen daartoe geen beletsel (meer) zou zijn, het mogelijk dat, bijvoorbeeld bij wijze van experiment, een re-integratievoorziening in de vorm van een "Persoonsgebonden Re-integratie Budget" (PRB) door de klant zelf kan worden ingekocht. In dat geval zullen nadere (beleids)regels worden gesteld. Lid vijf: Nuggers met een hoger inkomen (120% Wet Minimum Loon) en vermogen (cf. art 34 WWB) zijn uitgesloten van de aanspraak op voorzieningen. Wel worden ze binnen het dienstverleningsconcept van Het Pl ein met raad en daad bijgestaan. Belangrijkste argument voor deze beleidskeuze: het betaalbaar en daarmee voor een grot e groep beschikbaar houden van de voorzieningen uit het participatiebudget. Bovendien geldt ook, naarmate men een hoger inkomen heeft, dat de fiscale aftrekmogelijkheden toenemen.

Rechtspraak bij dit artikel