Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Toetsingskader

Onderdeel van Nadere regels standplaatsen gemeente Olst-Wijhe

In artikel 2 zijn de locaties voor vaste standplaatsen en seizoenstandplaatsen opgenomen. Wanneer aanvragen worden ingediend voor een vaste standplaats en/of een seizoenstandplaats op een locatie die niet is genoemd in artikel 2, dan beoordeelt het college aan de hand van onderstaand toetsingskader of voor de locatie een vergunning kan worden verleend. Ook aanvragen voor een incidentele standplaats worden beoordeeld aan de hand van onderstaand toetsingskader voor standplaatsenlocaties. Standplaats op particuliere grond Voor standplaatsen op particuliere grond gelden dezelfde criteria en regels als voor het innemen van standplaatsen in de openbare ruimte dat eigendom is van de gemeente. Daarnaast moet de aanvrager bij de aanvraag een kopie van een ondertekende brief als bijlage voegen waarin de eigenaar toestemming geeft voor het innemen van de standplaats. 1. Verkeersveiligheid en -doorstroming Het is niet verantwoord een standplaats zodanig in te nemen dat de verkeersveiligheid in gevaar wordt gebracht. Dit betekent dat: - geen standplaats op kruispunten, op hoeken van straten, onoverzichtelijke punten en dergelijke ingenomen mogen worden; - er geen verkeersborden en verkeerslichten aan het oog mogen worden onttrokken; - geen standplaats ingenomen mag worden op een rijbaan of langs een weg binnen 25 meter, gemeten langs het trottoir vanuit een bocht; - geen standplaats ingenomen mag worden langs een weg, als dat de doorstroming van het verkeer belemmert; - geen standplaats ingenomen mag worden op het trottoir of in een voetgangersgebied als voor het voetgangersverkeer daardoor minder dan twee meter loopruimte overblijft. - een standplaats ingenomen mag worden zolang er geen blokkade ontstaat voor hulpverleningsvoertuigen van brandweer, ambulancediensten en dergelijke. Ook mag door het innemen van een standplaats het (voetgangers)verkeer niet worden geblokkeerd. Bij dit laatste punt moeten mede de aard en de omvang van de handel vanuit het verkooppunt in aanmerking worden genomen. 2. Openbare orde De aanwezigheid van een standplaats op zich, maar ook de aantrekkende werking die ervan uit kan gaan, kan een verstoring van de openbare orde voor omwonenden opleveren. In de praktijk is, voor wat betreft de overlast die standplaatsen kunnen opleveren, een scheiding te maken tussen de standplaatsen van waaruit ter plaatse bereide eetwaren worden verkocht en overige standplaatsen. Bij de eerste groep is de kans op overlast (vervuiling van de omgeving, aanwezigheid publiek, geluid- en geuroverlast en dergelijke) groter dan bij de overige standplaatsen. Problemen kunnen worden voorkomen of beperkt door voldoende afstand aan te houden tussen de standplaats en de omliggende woningen. Wat voldoende is hangt af van de situatie. Daarbij is een verschil te maken tussen uitgesproken woonwijken en andere gebieden. Voor standplaatsen met bak- en braadactiviteiten geldt als uitgangspunt dat deze alleen worden toegestaan op locaties waar dit nu ook reeds is toegestaan . Voor standplaatsen waar voedingsmiddelen worden bereid gelden bepaalde milieuregels. Denk hierbij aan het beperken van geurhinder en de afvoer van afvalstoffen. Voordat dergelijke standplaatsen worden ingenomen moet daarvan een melding worden gedaan bij de gemeente. Dat kan via de website http://aim.vrom.nl. 3. Brandveiligheid In het kader van de brandveiligheid geldt een aantal voorschriften voor het innemen van een standplaats die ook in de standplaatsvergunning vermeld worden. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de ‘beleidsregel voor het innemen van standplaatsen’. De voorwaarden uit deze beleidsregel zijn bij deze nadere regels gevoegd, evenals het bijbehorende formulier Afstandseisen standplaatsen 4. Situering van de standplaats Standplaatsen mogen niet voor de toegang en (nood)uitgang van winkels, woningen en bedrijven staan. Dat betekent dus ook niet rechtstreeks voor een etalage. Een standplaats is op een parkeerplaats alleen toegestaan als er voldoende parkeergelegenheid is. Standplaatsen mogen de groenvoorzieningen niet in het gedrang laten komen. 5. Marktvorming Het standplaatsbeleid is in principe niet bedoeld om weekmarkten te creëren. 6. Nabij gelegen scholen Binnen een afstand van honderd meter (hemelsbreed) van een school mogen geen standplaatsen met etenswaren worden ingenomen. 7. Winkelvoorziening In het belang van de consumenten mag het college bij het standplaatsenbeleid, winkelvoorzieningen in opbouw (in een nieuwe wijk) en marginale winkelvoorzieningen (in een kleine kern met minimale openbaar vervoervoorzieningen) gedurende vijf jaar beschermen, tenzij de standplaats een aanvulling is op het bestaande assortiment. 8. Esthetische aspecten, bescherming stadsgezicht en monumenten Een standplaats dient in nette staat te worden gehouden. Er zijn punten in onze gemeente waar – met het oog op de aanwezigheid van monumenten of in verband met stads- of landschapsschoon – de aanwezigheid van een verkooppunt voor ambulante handel niet past. Bij de beoordeling van een verzoek om een standplaatsvergunning heeft in voorkomende gevallen het belang van de bescherming van stads- of landschapsschoon (monumenten) de doorslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel