Het college draagt de vaststelling en de inning van de eigen bijdragen op aan de instelling, die de maatschappelijke opvang verzorgt. Hiertoe stelt het college een mandaatbesluit vast.
De inning van de eigen bijdrage vindt als volgt plaats:
Bij mensen met een bijstandsuitkering of andere uitkering verstrekt door de gemeente Arnhem wordt de eigen bijdrage op de uitkering in mindering gebracht;
Bij mensen met een eigen inkomen of andere uitkering int de instelling zelf de eigen bijdrage;
De instellingen verlenen slechts opvang aan cliënten, die zich tegenover hen verplichten tot het betalen van de in deze verordening bepaalde eigen bijdrage.
De instellingen mogen de eigen bijdrage die zij innen splitsen in specifieke onderdelen, als dit voor hen van belang is. De totale eigen bijdrage per cliënt mag hierdoor niet wijzigen.
De instelling mag daarbij de redelijke kosten van administratie, incasso en oninbaarheid in mindering brengen, tot een maximum van 5% van het totale te innen bedrag.
Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vaststelling en inning van de eigen bijdrage.
Het college kan de hoogte van de eigen bijdragen wijzigen.
Artikel 5. Bijzondere omstandigheden
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Hoofdstuk
Artikel 4.
Inning eigen bijdrage
Onderdeel van Verordening eigen bijdragen maatschappelijke opvang en vrouwenopvang 2014