Het college verleent aan verzoeker schuldhulpverlening indien het college schuldhulpverlening noodzakelijk acht. Indien de noodzaak niet aanwezig wordt geacht door het college, kan een aanvraag worden geweigerd.
Op grond van artikel 3 lid 5 van de Wet kan een vreemdeling slechts in aanmerking komen voor schuldhulpverlening, indien hij een ingezetene is die rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000.
De vorm waarin de gemeente schuldhulpverlening aanbiedt, is van meerdere factoren afhankelijk en kan dus per situatie verschillen. De factoren die een rol kunnen spelen zijn: a. zwaarte en/of omvang van de schulden;
psycho-sociale situatie;
houding en gedrag van verzoeker (motivatie);
een eventueel eerder gebruik van schuldhulpverlening.
Het college acht het van belang om naast de inkoop van externe professionele schuldhulpverlening zelf regie te voeren op het traject.
Het college kan voorwaarden stellen bij het doen van een aanbod schuldhulpverlening aan de verzoeker. Voorwaarden, die gesteld kunnen worden, zijn;
het aanvaarden van flankerende hulpverlening, die door het college noodzakelijkwordt geacht om te komen tot een duurzaam resultaat van de schuldhulpverlening. Het college verwacht dat de verzoeker hierin een gemotiveerde en actieve houding aanneemt;
het opleggen van de verplichting tot het openen van een basisbankrekening, indien de verzoeker niet beschikt over een betaalrekening op eigen naam en zonder debetstand bij een reguliere bank;
het liquideren van vermogensbestanddelen.
Hoofdstuk 2
Artikel 3.
Aanbod schuldhulpverlening
Onderdeel van Beleidsregel Schuldhulpverlening gemeente Moerdijk