Weigering-en beëindiginggronden:
Indien verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4, leden 1 en 2, kan het college besluiten om schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen.
Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien:
het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;
de verzoeker zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden;
op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan betrokkene is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
belanghebbende zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt;
de verzoeker in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;
de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker, niet (langer) passend is;
indien de schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht;
er sprake is van niet saneerbare vorderingen, waardoor naar oordeel van het college, geen succesvolle schuldbemiddeling kan plaatsvinden;
er sprake is van schulden of vorderingen waarvan onvoldoende aannemelijk is dat ze te goeder trouw zijn aangegaan, betwiste vorderingen en/of er grote kans is op nieuwe vorderingen of schulden;
er sprake is van fraudevorderingen: de verzoeker heeft fraude gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en die persoon in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd.
de verzoeker geen stabiele leef of woonsituatie heeft en er geen zicht op verbetering is binnen 3 maanden;
de verzoeker een gezamenlijke huishouding voert met een niet rechtmatig in Nederland verblijvende partner en/of kinderen;
de verzoeker bezig is met een echtscheidingsprocedure en deze echtscheiding staat nog niet opgenomen in de gemeentelijke basis administratie;
de verzoeker niet langer inwoner is van de gemeente Moerdijk.
Alvorens te besluiten tot weigering dan wel beëindiging van schuldhulpverlening, wordt de verzoeker een redelijke hersteltermijn geboden om alsnog, binnen de gestelde termijn, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken.
Hoofdstuk 3
Artikel 5.
Weigeren en beëindigen
Onderdeel van Beleidsregel Schuldhulpverlening gemeente Moerdijk