Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.1

Algemeen

Onderdeel van Beleidsregels artikel 2.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Per 1 oktober 2010 zijn de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor) in werking getreden. Met het in werking treden van de Wabo zijn enkele artikelen uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) komen te vervallen. Het gaat om artikel 3.10 Wro (projectbesluit), artikel 3.6, eerste lid, onder c Wro (binnenplanse ontheffing), artikel 3.22 Wro (tijdelijke ontheffing buitenplans), artikel 3.23 Wro (ontheffing buitenplans ‘kruimelgevallen’) en artikel 4.1.1 Bro (kruimellijst). Deze Wro-instrumenten zijn vanaf dat moment als afwijkingsbevoegdheden opgenomen in de artikelen 2.12, eerste lid, onder a, onder 1°, 2° en 3° van de Wabo. De categorieën van zogeheten “kruimellijst” uit artikel 3.23 en artikel 4.1.1 Bro zijn vanaf dat moment geregeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° van de Wabo, artikel 2.7 van het Bor en artikel 4 van bijlage II bij het Bor. De afwijking van het bestemmingsplan voor een bepaalde termijn werd voortaan geregeld in de artikelen 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° en 2.12, tweede lid, 2.23 en 2.25, derde lid van de Wabo en artikel 5.18 van het Bor. Bij de herziening van de Wabo in 2013, ten gevolge van het permanent maken van de Crisis- en herstelwet (Chw), is de zelfstandige bepaling voor tijdelijke afwijking in artikel 2.12, tweede lid Wabo komen te vervallen. De tijdelijke afwijking is toegevoegd aan de lijst in artikel 4 van bijlage II bij het Bor. Ten tijde van het ontwerp van deze beleidsregels is de exacte tekst van het toegevoegde onderdeel nog exact bekend. In dit stuk is vooralsnog uitgegaan van de tekst zoals opgenomen in de Memorie van Toelichting op het permanent maken van de Chw. In de Wro heette dit een “ontheffing” en gold naast een eventuele bouwvergunning een zelfstandige ontheffingsprocedure. Onder de Wabo heet dit voortaan een “afwijking” en is dit een onderdeel van de reguliere procedure van een omgevingsvergunning. Op die wijze kunnen projecten van minder ingrijpende aard, zogeheten “kruimelgevallen”, zonder tijdrovende procedures middels een omgevingsvergunning worden gerealiseerd. Voor deze afwijking geldt niet de eis van een goede ruimtelijke onderbouwing. Dit in tegenstelling tot afwijking als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° Wabo (voorheen projectbesluit) waar wel een goede ruimtelijke onderbouwing is vereist. Op 3 augustus 2011 hebben wij de beleidsregels onder de Wro vervangen en opnieuw vastgelegd onder het regime van de Wabo. In voorliggend document stellen wij de beleidsregels opnieuw vast en hebben wij deze op onderdelen gewijzigd naar nieuwe (wettelijke) ontwikkelingen en inzichten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel