Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1.5.1

Bijbehorend bouwwerk

Onderdeel van Beleidsregels artikel 2.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Voor uitbreiding van of een bijgebouw bij een hoofdgebouw geeft artikel 4, onder 1 bijlage II Bor zelf voorwaarden ten aanzien van hoogte, oppervlak en bebouwingspercentage buiten de bebouwde kom. Binnen de bebouwde kom gelden geen wettelijke voorwaarden. Ruime toepassing zonder verdere beperkingen zou tot ruimtelijk ongewenste situaties kunnen leiden. Wij vinden het dan ook wenselijk om aanvullende voorwaarden te stellen. Daarbij volgen wij de lijn van het “Handboek ruimtelijke plannen Bronckhorst” en de meest recente bestemmingsplannen. Uitzondering op deze beleidslijn zijn de kaders in bebouwde kommen voor bijbehorende bouwwerken op zijerven in hoeksituaties en voor erf- en terreinafscheidingen op zij- en achtererven. Ten aanzien van de positie, goot- en bouwhoogte gelden wel aanvullende kaders. De bepalingen uit de geldende bestemmingsplannen voor de oppervlakte en het bebouwingspercentage blijven onverminderd van toepassing. De geldende plannen voor de bebouwde kommen laten bij verkoop van gemeentelijk groen aan particulieren op die gronden slechts beperkte bebouwing toe (alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een hoogte van 1 meter). Op zij- en achtererven in de bebouwde kom bieden wij echter ruimere mogelijkheden met toepassing van deze beleidsregels. Dit doen wij vooruitlopend op de 2e fase van actualisatie van bestemmingsplannen, waarin wij de geldende regelingen opnieuw tegen het licht zullen houden en bij rechte in het bestemmingsplan ruimere mogelijkheden willen bieden. Tot die tijd kunnen wij van de geldende bestemmingsplannen afwijken met toepassing van deze beleidsregels. De – in paragraaf 1.2.1.3, 3e alinea genoemde – 5-jaarstermijn geldt niet voor bijbehorende bouwwerken, erf- en perceelafscheidingen en overige bouwwerken, geen gebouw zijnde op zij- en achtererven, als bedoeld in de tweede en derde alinea van deze paragraaf. De ruimte voor bijbehorende bouwwerken lijkt voor de meeste hoofdgebouwen in de bebouwde kom ruimschoots voldoende. In geval van relatief kleine achtertuinen bij woningen kan het voorkomen dat er minder oppervlakte aan aan- en uitbouwen en bijgebouwen opgericht kan worden. Dit komt doordat volgens het Bor slechts 50% mag worden bebouwd. In de bebouwde kom geldt een ‘erkerregeling’ en een maximaal toegelaten (absolute) oppervlakte aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen van 120 m² en een, ten opzichte van het Bor afwijkend, maximaal toegelaten bebouwingspercentage. Buiten de bebouwde kom geldt een, ten opzichte van het Bor afwijkende, maximaal toegelaten inhoudsmaat van 750 m3 voor woningen en maximale oppervlakte van 100 m² voor bijgebouwen bij woningen. In actuele bestemmingsplannen is van de inhoudsmaat voor woningen geen 10% afwijking meer mogelijk. Het gaat namelijk al om een ruimere mogelijkheid dan de 600 m3 in oudere plannen. Wij vinden het niet wenselijk om de maximale inhoudsmaat van actuele bestemmingsplannen nog verder te overschrijden. Bij de in 2007 gestarte actualisatie van bestemmingsplannen in de bebouwde kom is gebleken dat bij andere functies dan wonen (commerciële en maatschappelijke functie) de regeling voor bijbehorende bouwwerken wel eens beperkend kan zijn ten opzichte van voorgaande bestemmingsplannen. Dit komt door harmonisatie van verschillende plansystematieken. Bij de op hand zijnde 2e fase van de actualiseringsronde houden wij de bestemmingsregelingen nogmaals tegen het licht. Ten aanzien van bijbehorende bouwwerken bij commerciële en maatschappelijke functies zal een regeling worden opgenomen die ruimere mogelijkheden biedt. Tot die tijd willen wij in voorkomende gevallen meewerken aan afwijking van het bestemmingsplan als het na 2007 recent geactualiseerde plan voor bijbehorende bouwwerken minder mogelijkheden biedt dan het voorgaande plan. Voorwaarde is dat de bouwactivitiet moet passen binnen het voorgaande plan. Wel of geen medewerking verlenen is sterk afhankelijk van de specifieke situatie en omgeving. Ruime toepassing zonder verdere beperkingen zou wel tot ruimtelijk ongewenste situaties kunnen leiden. Wij zullen dan ook terughoudend omgaan met toepassing van deze afwijkingsmogelijkheid. Toepassing vindt enkel plaats nadat het beoogde plan, voorafgaand aan de welstandstoets, ruimtelijk-stedenbouwkundig positief is beoordeeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel