Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1.5.5

Antenne-installatie

Onderdeel van Beleidsregels artikel 2.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Voor antenne-installaties geeft artikel 4, onder 4 bijlage II Bor zelf voorwaarden ten aanzien van de hoogte. Afhankelijk van de locatie kunnen deze bouwwerken een behoorlijke impact hebben. Voor de toepassing van deze mogelijkheid geldt dat per aanvraag een goede afweging gemaakt dient te worden over de ruimtelijke aanvaardbaarheid. Wij vinden het wenselijk om, voor zover het gaat om GSM- en UMTS-antenne(drager)s, nadere regels te stellen ten aanzien van de minimale afstand tot woningen en ruimtelijke en landschappelijke inpassing. Daartoe hebben wij op 11 september 2007 beleidsregels vastgesteld. Voor de duidelijkheid en eenduidigheid verklaren wij in onderhavige beleidsregels het specifieke beleid voor GSM- en UMTS-antenne(drager)s van toepassing. Omdat de maatschappelijke en politieke discussie omtrent dit onderwerp in beweging is, bewegen inzichten over de toelaatbaarheid en voorwaarden voor het plaatsen van deze masten mee. Dit kan leiden tot wijziging van het specifieke beleid. Wij hebben daarom opgenomen dat een verzoek om omgevingsvergunning, naast het gestelde in het Bor, wordt getoetst aan de op het moment van verzoek geldende specifieke beleidsregels voor GSM- en UMTS-antenne(drager)s.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel