Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.2

Artikel 3.2.11.2.2

Voorwaarden

Onderdeel van Beleidsregels artikel 2.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Medewerking wordt slechts verleend indien, voor zover van toepassing, aan elk van onderstaande voorwaarden wordt voldaan: de vergunning geldt voor ten hoogste een jaar, waarbij de tijdelijkheid gegarandeerd moet zijn door een concrete en aantoonbare einddatum; de betrokkene in gevallen als bedoeld in 3.2.11.2.1 is ingezetene van de gemeente Bronckhorst, dan wel de betrokkene in gevallen als bedoeld in 3.2.11.2.1, onder 1 wordt na de bedoelde verhuizing ingezetene van de gemeente Bronckhorst; één van beide woningen als bedoeld in 3.2.11.2.1, onder 1, dan wel de woning als bedoeld in 3.2.11.2.1, onder 2, bevindt zich in de gemeente Bronckhorst; bij verhuizing als bedoeld in 3.2.11.2.1, onder 1 is de verhuisdatum bekend; betrokkene dient zich op het tijdelijke adres in te laten schrijven in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). het bewonen van het tijdelijke woonverblijf start eerst na verkregen vergunning voor dat verblijf; het plaatsen of bouwen van een tijdelijk woonverblijf, zoals een woonunit, stacaravan, e.d., dan wel het verbouwen tot tijdelijke woonruimte van een bestaand gebouw geschiedt, in gevallen als bedoeld in 3.2.11.2.1, onder 1 en 2, op het perceel waar de in aanbouw zijnde, de in verbouw zijnde of getroffen woning aanwezig; betrokkenen, in verband met verbouw als bedoeld in 3.2.11.2.1, onder 2, die na de verbouw in de woning zullen wonen en dus beschikken over een woonverblijf elders, komen alleen in aanmerking als de te verbouwen woning in een afgelegen omgeving staat en toezicht noodzakelijk is; het plaatsen, bouwen of verbouwen en bewonen van een tijdelijk woonverblijf, in gevallen als bedoeld in 3.2.11.2.1, onder 2, gebeurt slechts door betrokkenen, die reeds vóór de verbouw, brand of natuurramp in de op het perceel aanwezige woning wonen óf door betrokkenen die na de verbouw in de woning zullen wonen; het plaatsen, bouwen of verbouwen en bewonen van een tijdelijk woonverblijf, bij nieuwbouw of verbouw als bedoeld in 3.2.11.2.1, onder 1 en 2, vindt slechts plaats gedurende de nieuwbouw of verbouw; het plaatsen, bouwen of verbouwen van het tijdelijke woonverblijf start eerst na verkregen vergunning voor dat tijdelijke verblijf, maar niet eerder dan één maand vóór aanvang van de bouw of verbouw van de woning; voorafgaand aan het verlenen van vergun­ning voor het plaatsen, bouwen of verbouwen van het tijdelijke woonverblijf zal, aan de hand van een ingediende aanvraag om bouwvergunning, duidelijkheid moeten bestaan over het kunnen verlenen van vergunning voor nieuwbouw of verbouw van de op het perceel aanwezige woning; het verwijderen, dan wel het ontmantelen van het tijdelijke woonverblijf is uiterlijk één maand na voltooiing van de nieuwbouw of verbouw van de woning afgerond.

Rechtspraak bij dit artikel