Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.2

Artikel 3.2.11.2.4

Uitzonderingsbepaling

Onderdeel van Beleidsregels artikel 2.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Burgemeester en wethouders kunnen voorts vergunning als bedoeld in 3.2.11.2.1 danwel 3.2.11.2.3 verlenen indien de betrokkene, als bedoeld in 3.2.11.2.2, onder 2 en 3.2.11.2.3, onder 2, geen ingezetene van de gemeente is of wordt en/of de woningen, als bedoeld in 3.2.11.2.2, onder 3 en 3.2.11.2.3, onder 3, zich niet in de gemeente bevinden, waarbij in afwijking van het bepaalde onder 3.2.11.2.2, onder 1, 2 en 3 en 3.2.11.2.3, onder 1, 2 en 3, met behoud van de overige in 3.2.11.2.2 en 3.2.11.2.3 gestelde voorwaarden, de volgende aanvullende voorwaarden gelden: de vergunning geldt voor ten hoogste zes maanden en kan niet worden verlengd; de vergunning betreft uitsluitend recreatiewoningen op bedrijfsmatig geëxploiteerde recreatieparken; de tijdelijkheid moet zijn gegarandeerd middels een huurovereenkomst, met een contractduur van ten hoogste zes maanden, tussen betrokkene en de exploitant van het recreatiepark.

Rechtspraak bij dit artikel