De subsidieontvanger dient uiterlijk twaalf weken na het verrichten van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het college.
De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk en financieel verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.
Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde
gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.