Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

Uitzonderingen

Onderdeel van Treasurystatuut

1.. Uitgezonderd van het verplicht aanhouden in de schatkist zijn de volgende middelen: middelen voor zover deze, gerekend over een kwartaal gemiddeld het drempelbedrag, zoals bedoeld in het tweede lid, niet te boven gaan; middelen op een G-rekening als bedoeld in artikel 1, onder k, van de Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004 van het Rijk. 2.. Het drempelbedrag genoemd in lid 1a wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal van de gemeente Rheden. Indien het begrotingstotaal kleiner of gelijk aan € 500 miljoen is het drempelbedrag gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 250.000,00 bedraagt. Indien het begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is, is het drempelbedrag gelijk aan € 3,75 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. 3.. Het drempelbedrag wordt jaarlijks in de financieringsparagraaf van de begroting opgenomen. 4.. Over de benutting van het drempelbedrag wordt bij het jaarverslag gerapporteerd over de benutting per kwartaal. 5.. Middelen van derden vallen buiten het schatkistbankieren; het zijn geen middelen van de gemeente Rheden. 6.. Voor de uitgezonderde middelen gelden de reguliere regels rondom uitzettingen zoals ze verder in deze verordening staan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel