Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1 › § 1.1

Artikel 1.1.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening havens en overige wateren gemeente Súdwest-Fryslan

In deze verordening en de daarbij behorende nadere regels wordt verstaan onder: aanleggen: het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doelaangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, gedurende de tijd die daadwwerkelijk gebruikt wordt voor een recreatief verblijf op of in de omgeving van hetvaartuig. ankeren: het doen of laten liggen van een vaartuig anders dan aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig; binnenvaartschip: vaartuig, niet zijnde een zeeschip; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeenteSúdwest-Fryslân; exploitant: eigenaar, beheerder, of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het vaartuig; gevaarlijke stoffen: stoffen die gevaar voor explosie, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling kunnen opleveren;, zoals vermeld in de IMO Code voor het vervoer van verpakte gevaarlijke stoffen over zee (International Maritime Dangerous Goods Code), de Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (International Bulk Chemical Code), de Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen die vloeibaar gemaakte gassen in bulk vervoeren (International Gas Carrier Code) en het in de bijlage bij het Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over binnenwateren opgenomen Reglement (ADN), met uitzondering van eetbare oliën; haven: de openbare wateren die in beheer zijn bij de gemeente Súdwest-Fryslân en die al dan niet beperkt voor de scheepvaart openstaan, alsmede alle daartoe behorende kaden, kunstwerken, meergelegenheden, trappen, scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven en los-en laadplaatsen, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende bijlage. havenmeester: degene die als zodanig door het college is aangewezen, en zijn plaatsvervanger(s); ligplaats innemen: het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander voertuig, anders dan voor het aanleggen; overige wateren: de openbare wateren die in beheer zijn bij de gemeente Súdwest-Fryslân en die al dan niet beperkt voor scheepvaart open staan, niet zijnde havens; overslag: laden en lossen van goederen en stoffen in en/of uit een beroepsvaartuig; pleziervaartuig: vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor vakantie- of andere recreatievedoeleinden; rechthebbende: degene die over enig goed enige zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht of daarover enige feitelijke zeggenschap uitoefent; rietkraag: de met riet, biezen, lisdodden of dergelijke planten (helofyten) begroeide oppervlakte; spring: kabel of ketting die wordt uitgebracht in een richting tegen die van een meertouw of - ketting in om doorschieten van een binnenvaartschip te beletten; spudpaal: een voorziening waarmee een schip zichzelf in de bodem kan verankeren door middelvan verticale meerpalen waarmee het vaartuig zelf is uitgerust; vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer of verblijf te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam een geheel uitmakend voorwerp, niet zijnde een woonschip of bedoeld in de Woonschepenverordening SúdWest Fryslân, vastgesteld 15 november 2012.

Rechtspraak bij dit artikel