Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 7

Artikel 2.7.7

Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen

Onderdeel van Gemeenteblad 2013-07 Bouwverordening gemeente Maassluis 2012 (incl. 14e serie wijzigingen)

(vervallen) De melding Artikel 3.1 De wijze van melden (vervallen) Artikel 3.2 Welstandscriteria (vervallen) Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij ingebruikneming van een bouwwerk Artikel 4.1 Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of tussentijdse staking van bouwwerkzaamheden (vervallen) Artikel 4.2 Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden (vervallen) Artikel 4.3 Wijzigingen in gegevens bouwregistratie (vervallen) Artikel 4.4 Het uitzetten van de bouw (vervallen) Artikel 4.5 Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden (vervallen) Artikel 4.6 Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen (vervallen) Artikel 4.7 Bemalen van bouwputten (vervallen) Artikel 4.8 Veiligheid op het bouwterrein (vervallen) Artikel 4.9 Afscheiding van het bouwterrein (vervallen) Artikel 4.10 Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder (vervallen) Artikel 4.11 Bouwafval (vervallen) Artikel 4.12 Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden (vervallen) Artikel 4.13 Melden van werken bij lage temperaturen (vervallen) Artikel 4.14 Verbod tot ingebruikneming (vervallen) 5.Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de nutsvoorzieningen en het weren van schadelijk en hinderlijk gedierte 5.Paragraaf 1 Staat van open erven en terreinen 5.Artikel 5.1.1 Staat van onderhoud van open erven en terreinen 5.(vervallen) 5.Artikel 5.1.2 Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen 5.(vervallen) 5.Artikel 5.1.3 Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten 5.(vervallen) 5.Paragraaf 2 Staat van brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen 5.Artikel 5.2.1 Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen 5.(vervallen) 5.Artikel 5.2.2 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in gebouwen, niet zijnde woningen, woongebouwen, logiesverblijven, logiesgebouwen of kantoorgebouwen 5.(vervallen) 5.Artikel 5.2.3 Aanwezigheid van  brandveiligheidinstallaties in woongebouwen van bijzondere aard 5.(vervallen) 5.Artikel 5.2.4 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in logiesverblijven en logiesgebouwen 5.(vervallen) 5.Artikel 5.2.5 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in kantoorgebouwen 5.(vervallen) 5.Paragraaf 3 Aansluiting op de nutsvoorzieningen 5.Artikel 5.3.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding 5.(vervallen) 5.Artikel 5.3.2 Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet 5.(vervallen) 5.Artikel 5.3.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet 5.(vervallen) 5.Artikel 5.3.4 Eis tot aansluiting aan de openbare riolering 5.(vervallen) 5.Artikel 5.3.5 Aansluiting anders dan aan de openbare riolering 5.(vervallen) 5.Artikel 5.3.6 Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen 5.(vervallen) 5.Artikel 5.3.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen 5.(vervallen) 5.Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid 5.Artikel 5.4.1 Preventie 5.(vervallen) 6.Brandveilig gebruik 6.Paragraaf 1 Gebruiksvergunning 6.Artikel 6.1.1 Vergunning gebruik bouwwerk 6.(vervallen) 6.Artikel 6.1.2 Aanvraag gebruiksvergunning 6.(vervallen) 6.Artikel 6.1.3 In behandeling nemen 6.(vervallen) 6.Artikel 6.1.4 Termijn van beslissing 6.(vervallen) 6.Artikel 6.1.5 Weigeren gebruiksvergunning 6.(vervallen) 6.Artikel 6.1.6 Intrekken gebruiksvergunning 6.(vervallen) 6.Artikel 6.1.7 Verplicht aanwezige bescheiden 6.(vervallen) 6.Paragraaf 2 Het voorkomen van brand en het beperken van brand en brandgevaar 6.Artikel 6.2.1 Gebruikseisen van bouwwerken 6.(vervallen) 6.Artikel 6.2.2 Opslag brandgevaarlijke stoffen 6.(vervallen) 6.Artikel 6.2.3 Opslag en verwerking stoffen 6.(vervallen) 6.Paragraaf 3 Het bestrijden van brand en het voorkomen van ongevallen bij brand 6.Artikel 6.3.1 Gebruiksgereed houden van bluswaterwinplaatsen 6.(vervallen) 6.Artikel 6.3.2 Gebruik middelen en voorzieningen 6.(vervallen) 6.Paragraaf 4 Hinder in verband met de brandveiligheid 6.Artikel 6.4.1 Hinder in verband met de brandveiligheid 6.(vervallen) 7.Overige gebruiksbepalingen 7.Paragraaf 1 Overbevolking 7.Artikel 7.1.1 Overbevolking van woningen 7.(vervallen) 7.Artikel 7.1.2 Overbevolking van woonwagens 7.(vervallen) 7.Paragraaf 2 Staken van het gebruik 7.Artikel 7.2.1 Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid 7.(vervallen) 7.Artikel 7.2.2 Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan hygiëne 7.(vervallen) 7.Artikel 7.2.3 Staken van het gebruik van een woonwagen 7.(vervallen). 7.Paragraaf 3 Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen 7.Alternatief artikel: 7.Artikel 7.3.1 Vergunningsplicht nachtverblijf 7.Bepaling aantal personen nachtverblijf 7.In afwijking van het bepaalde in artikel 2.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht  , wordt het aantal personen bepaald op 4. 7.Artikel 7.3.2 Hinder 7.(vervallen) 7.Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid 7.Artikel 7.4.1 Preventie 7.(vervallen) 7.Paragraaf 5 Watergebruik 7.Artikel 7.5.1 Verboden gebruik van water 7.(vervallen) 7.Paragraaf 6 Installaties 7.Artikel 7.6.1 Gebruiksgereed houden van installaties 7.(vervallen) 8.Slopen 8.Paragraaf 1 Omgevingsvergunning voor het slopen 8.Artikel 8.1.1 Omgevingsvergunning voor het slopen 8.(vervallen) 8.Artikel 8.1.2 Aanvraag sloopvergunning 8.(vervallen) 8.Artikel 8.1.3 In behandeling nemen 8.(vervallen) 8.Artikel 8.1.4 Termijn van beslissing 8.(vervallen) 8.Artikel 8.1.5 Samenloop van slopen en bouwen 8.(vervallen) 8.Artikel 8.1.6 Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen 8.(vervallen) 8.Artikel 8.1.7 Intrekken omgevingsvergunning voor het slopen 8.(vervallen) 8.Paragraaf 2 Uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen 8.Artikel 8.2.1 Sloopmelding 8.(vervallen) 8.Artikel 8.2.2 Overige uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen 8.(vervallen) 8.Paragraaf 3 Verplichtingen tijdens het slopen 8.Artikel 8.3.1 Veiligheid op sloopterrein 8.(vervallen) 8.Artikel 8.3.2 Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden 8.(vervallen) 8.Artikel 8.3.3 Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor het slopen 8.(vervallen) 8.Artikel 8.3.4 Plichten van degene die sloopt 8.(vervallen) 8.Artikel 8.3.5 Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest 8.(vervallen) 8.Artikel 8.3.6 Plichten ten aanzien van de sloop van tuinbouwkassen 8.(vervallen) 8.Paragraaf 4 Vrij slopen 8.Artikel 8.4.1 Sloopafval algemeen 8.(vervallen) 9.Welstand 9.Artikel 9.1 De advisering door de welstandscommissie De advisering over redelijke eisen van welstand is opgedragen aan de Stichting Dorp, Stad en Land. die uit haar midden personen voordraagt als lid van de welstandscommissie, hierna gezamenlijk te noemen: Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit baseert haar advies op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria. 9.Artikel 9.2 Samenstelling van de welstandscommissie De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit bestaat ten minste uit een voorzitter en 2 leden, waarvan ten minste 2 leden deskundig zijn op het gebied van architectuur, ruimtelijke kwaliteit dan wel cultuurhistorie. Voor de voorzitter en leden worden plaatsvervangers aangewezen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan slechts adviezen uitbrengen indien ten minste drie leden aanwezig zijn en waarvan ten minste twee leden beschikken over deskundigheid op het gebied van welstand. De voorzitter en leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt bijgestaan door een secretaris of diens plaatsvervanger. 9.Artikel 9.3 Zittingsduur 9.(vervallen) 9.Artikel 9.4 Jaarlijkse verantwoording De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt: - op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota; - de werkwijze van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit; - op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen; - de aard van de beoordeelde plannen; - de bijzondere projecten. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder. 9.Artikel 9.5 Termijn van advisering 1. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen uit binnen vier weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. 2. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, indien deze vergunning betrekking heeft op een deel van project of een gefaseerde aanvraag betreft, uit binnen drie weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. 3. Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing vanartikel 3.9, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 9.Artikel 9.6 Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting 1. De behandeling van bouwplannen door of onder verantwoordelijkheid van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is openbaar. De agenda voor de vergadering van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Indien burgemeester en wethouders - al dan niet op verzoek van de aanvrager - een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur  ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2. Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen hierom bij het indienen van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen heeft verzocht, wordt deze door of namens de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan. 3. In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de commissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de commissie, waarin de aanvraag wordt behandeld. 4. Belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht. Het reglement van orde van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit dat als bijlage 9 bij deze verordening is vastgesteld, voorziet in een procedurele opzet, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht in de toelichtende fase en de beraadslagingen. 9.Artikel 9.7 Afdoening onder verantwoordelijkheid 1. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan de advisering over een aanvraag om advies, in afwijking van artikel 9.2, onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. Het aangewezen lid of de aangewezen leden adviseren over bouwplannen waarvan volgens hen het oordeel van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit als bekend mag worden verondersteld. 2. In geval van twijfel wordt het bouwplan alsnog voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. 9.Artikel 9.8 Vorm waarin het advies wordt uitgebracht 1. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert en motiveert haar advies schriftelijk. 2. Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens burgemeester en wethouders gevoegd bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen. 9.Artikel 9.9 Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken 9.(vervallen) 10.Overige administratieve bepalingen 10.Artikel 10.1 De aanvraag om woonvergunning 10.(vervallen) 10.Artikel 10.2 De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen 10.(vervallen) 10.Artikel 10.3 Overdragen vergunningen 10.(vervallen). 10.Artikel 10.4 Overdragen mededeling 10.(vervallen) 10.Artikel 10.5 Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen 10.(vervallen) 10.Artikel 10.6 Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften 10.Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze verordening - of in de bij deze verordening behorende bijlagen - wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd. 11.Handhaving 11.Artikel 11.1 Stilleggen van de bouw 11.(vervallen) 11.Artikel 11.2 Overtreding van het verbod tot ingebruikneming 11.(vervallen) 11.Artikel 11.3 Stilleggen van het slopen 11.(vervallen) 11.Artikel 11.4 Onderzoek naar een gebrek 11.(vervallen) 12.Straf-, overgangs- en slotbepalingen 12.Artikel 12.1 Strafbare feiten 12.(vervallen) 12.Artikel 12.2 Overgangsbepaling bodemonderzoek 12.(vervallen) 12.Artikel 12.3 Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen 12.(vervallen) 12.Artikel 12.4 12.(vervallen). 12.Artikel 12.5 Overgangsbepaling sloopmelding 12.(vervallen) 12.Artikel 12.6 Slotbepaling Deze verordening treedt in werking op 1 april 2012. Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervallen: a. de bouwverordening, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 7 september 2010 en alle daarin aangebrachte wijzigingen; b. de brandbeveiligingsverordening Maassluis 2010-2, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 21 september 2010 en alle daarin aangebrachte wijzigingen, voor zover deze brandbeveiligingsverordening eisen aan het brandveilig gebruik van bouwwerken stelt. Deze verordening kan worden aangehaald als 'bouwverordening gemeente Maassluis 2012” (incl. 14e serie wijzigingen) .

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel