In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moeten de
aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt
op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
het aanslagbiljet vermeld en de tweede twee maanden na de eerste
vervaldag.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval het
totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt
dan € 10.000,00, dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op dit
aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend
op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk. In
afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt, ingeval
machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de
op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 100,-- of meer, doch niet meer
dan € 10.000,00 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien
gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de 28e dag
van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel
6, tweede lid:
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de
kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de
dagtekening van de kennisgeving.
De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt
geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn
betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de
belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na
afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan geldt de betaaltermijn als bedoeld in
het eerste lid.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden
gestelde termijnen.