Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Uitgifteplafond parkeervergunningen

Onderdeel van Besluit uitgifte parkeervergunningen IJsselstein 2014

1.. Gelet op het bepaalde in artikel 2 van de Parkeerverordening wordt het uitgifteplafond voor parkeervergunningen, per parkeerzone jaarlijks voor aanvang van het nieuwe kalenderjaar berekend. Deze berekening vindt plaats aan de hand van het aantal parkeerplaatsen, waarvan wordt verwacht dat deze gedurende het kalenderjaar waarvoor de vergunningen zijn verleend, gehandhaafd blijven of zullen ontstaan. 2.. Indien het aantal beschikbare parkeerplaatsen in een parkeerzone gedurende het kalenderjaar met meer dan vijf procent toe- of afneemt, kan het college het uitgifteplafond opnieuw vaststellen. 3.. Per 1 april 2014 bedraagt het uitgifteplafond voor Bewonersvergunningen,: a.. voor parkeerzone C: 248; b.. voor parkeerzone S: 950; met dien verstande dat de daadwerkelijk te verlenen Bewonersvergunningen 95 procent van het uitgifteplafond per parkeerzone bedraagt. 4.. Per 1 april 2014 bedraagt het uitgifteplafond voor de Zakelijke parkeervergunningen: a.. voor parkeerzone C: 28; b.. voor parkeerzone S: 124; met dien verstande dat de daadwerkelijk te verlenen Zakelijke parkeervergunningen 95 procent van het uitgifteplafond per parkeerzone bedraagt. 5.. Per 1 april 2014 bedraagt het uitgifteplafond voor de Woonwerkparkeervergunningen : voor parkeerzones W: 236; met dien verstande dat de daadwerkelijk te verlenen Woonwerk parkeervergunningen 60 procent van het uitgifteplafond van de parkeerzone W bedraagt.

Rechtspraak bij dit artikel