Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 8

Draagkracht in het inkomen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Westland 2014

1.. Het inkomen (inclusief vakantiegeld) wordt overeenkomstig het recht op algemene bijstand vastgesteld, waarbij artikel 31 lid 2 van de wet van toepassing is. 2.. Indien het inkomen de bijstandsnorm overstijgt, moet dat meerdere inkomen gedeeltelijk ingezet worden voor de betaling van de bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan. 3.. Wanneer bijzondere bijstand wordt aangevraagd en toegekend voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan (genoemd in hoofdstuk 4 en 5) is 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm draagkracht. 4.. Wanneer sprake is van een schuldsaneringsregeling op grond van de Wsnp of een minnelijke schuldregeling geldt dat de draagkracht berekend wordt over het inkomen waarover belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft. 5.. Bij de vaststelling van aanwezige draagkracht in het inkomen wordt rekening gehouden met de volgende aftrekposten: de eigen bijdrage kinderopvang waarvoor aanspraak bestaat op kinderopvangtoeslag. Hierbij wordt slechts de maximale uurprijs en het maximale aantal uren conform de regels van de kinderopvangtoeslag in aftrek genomen; de woonkosten voorzover deze na aftrek van ontvangen huurtoeslag meer bedragen dan de in de Wet op de Huurtoeslag genoemde basishuur bij een-/meerpersoons- huishoudens als gevolg van een te hoog ingeschat inkomen. 6.. Van het inkomen boven de bijstandsnorm (= het meerinkomen) vormen op jaarbasis de volgende percentages draagkracht: van de eerste € 1.500,-- wordt 10% als draagkracht aangemerkt; van de volgende € 1.500,-- wordt 35% als draagkracht aangemerkt; van al het meerdere boven € 3000,-- wordt 50% als draagkracht aangemerkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel