**1..** Het inkomen (inclusief vakantiegeld) wordt overeenkomstig het recht op algemene bijstand vastgesteld, waarbij artikel 31 lid 2 van de wet van toepassing is.
**2..** Indien het inkomen de bijstandsnorm overstijgt, moet dat meerdere inkomen gedeeltelijk ingezet worden voor de betaling van de bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan.
**3..** Wanneer bijzondere bijstand wordt aangevraagd en toegekend voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan (genoemd in hoofdstuk 4 en 5) is 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm draagkracht.
**4..** Wanneer sprake is van een schuldsaneringsregeling op grond van de Wsnp of een minnelijke schuldregeling geldt dat de draagkracht berekend wordt over het inkomen waarover belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft.
**5..** Bij de vaststelling van aanwezige draagkracht in het inkomen wordt rekening gehouden met de volgende aftrekposten:
de eigen bijdrage kinderopvang waarvoor aanspraak bestaat op kinderopvangtoeslag. Hierbij wordt slechts de maximale uurprijs en het maximale aantal uren conform de regels van de kinderopvangtoeslag in aftrek genomen;
de woonkosten voorzover deze na aftrek van ontvangen huurtoeslag meer bedragen dan de in de Wet op de Huurtoeslag genoemde basishuur bij een-/meerpersoons- huishoudens als gevolg van een te hoog ingeschat inkomen.
**6..** Van het inkomen boven de bijstandsnorm (= het meerinkomen) vormen op jaarbasis de volgende percentages draagkracht:
van de eerste € 1.500,-- wordt 10% als draagkracht aangemerkt;
van de volgende € 1.500,-- wordt 35% als draagkracht aangemerkt;
van al het meerdere boven € 3000,-- wordt 50% als draagkracht aangemerkt.
HOOFDSTUK 2
Artikel 8
Draagkracht in het inkomen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Westland 2014