**1..** Er is sprake van een langdurig laag inkomen als het inkomen,
gedurende de referteperiode niet hoger was dan 115% van de
norm.
**2..** Indien het inkomen in de peilmaanden niet meer bedroeg dan 115% van
de norm wordt aangenomen dat voldaan wordt aan het gestelde in lid
1.
**3..** Indien als gevolg van wisselende of eenmalige inkomsten het inkomen
in een peilmaand hoger was dan 115% van de norm, wordt in afwijking
van het gestelde in lid 2, uitgegaan van een gemiddeld inkomen. Het
gemiddeld inkomen wordt berekend door de som van het inkomen dat
gedurende 36 maanden voorafgaand aan de peildatum is genoten te
delen door 36. Het gemiddelde inkomen mag niet meer bedragen dan
115% van de norm.
**4..** In afwijking van het gestelde in lid 1, 2 en 3 is er eveneens sprake
van een langdurig laag inkomen als het inkomen gedurende de
referteperiode meer bedroeg dan 115% van de norm en het meerdere
gedurende de gehele referteperiode is aangewend ter aflossing van
een schuldenlast in het kader van een minnelijke schuldregeling of
een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering
Natuurlijke Personen.
**5..** In afwijking van het gestelde in lid 1, 2 en 3 is er eveneens sprake
van een langdurig laag inkomen als:
belanghebbende of diens partner in een periode van 12
maanden voorafgaand aan de peildatum een uitkering voor
levensonderhoud heeft ontvangen op grond van een sociale
verzekering of een sociale voorziening en
deze uitkering is beëindigd als gevolg van het aanvaarden
van betaalde arbeid en
het inkomen in de referteperiode gedurende 12 maanden
voorafgaand aan de peildatum niet meer bedroeg dan 130% van
de norm en
het inkomen in de 13e tot en met de
36e maand voorafgaand aan de peildatum niet meer
bedroeg dan 115% van de norm.
Artikel 2
Langdurig laag inkomen
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Zwolle 2010