Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Langdurig laag inkomen

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Zwolle 2010

1.. Er is sprake van een langdurig laag inkomen als het inkomen, gedurende de referteperiode niet hoger was dan 115% van de norm. 2.. Indien het inkomen in de peilmaanden niet meer bedroeg dan 115% van de norm wordt aangenomen dat voldaan wordt aan het gestelde in lid 1. 3.. Indien als gevolg van wisselende of eenmalige inkomsten het inkomen in een peilmaand hoger was dan 115% van de norm, wordt in afwijking van het gestelde in lid 2, uitgegaan van een gemiddeld inkomen. Het gemiddeld inkomen wordt berekend door de som van het inkomen dat gedurende 36 maanden voorafgaand aan de peildatum is genoten te delen door 36. Het gemiddelde inkomen mag niet meer bedragen dan 115% van de norm. 4.. In afwijking van het gestelde in lid 1, 2 en 3 is er eveneens sprake van een langdurig laag inkomen als het inkomen gedurende de referteperiode meer bedroeg dan 115% van de norm en het meerdere gedurende de gehele referteperiode is aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van een minnelijke schuldregeling of een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. 5.. In afwijking van het gestelde in lid 1, 2 en 3 is er eveneens sprake van een langdurig laag inkomen als: belanghebbende of diens partner in een periode van 12 maanden voorafgaand aan de peildatum een uitkering voor levensonderhoud heeft ontvangen op grond van een sociale verzekering of een sociale voorziening en deze uitkering is beëindigd als gevolg van het aanvaarden van betaalde arbeid en het inkomen in de referteperiode gedurende 12 maanden voorafgaand aan de peildatum niet meer bedroeg dan 130% van de norm en het inkomen in de 13e tot en met de 36e maand voorafgaand aan de peildatum niet meer bedroeg dan 115% van de norm.

Rechtspraak bij dit artikel