**1.** Het basisverlof wordt voor de medewerker verhoogd:
met 7,2 uur vanaf het kalenderjaar, waarin de leeftijd van 30 jaar wordt bereikt;
met 14,4 uur vanaf het kalenderjaar, waarin de leeftijd van 40 jaar wordt bereikt;
met 21,6 uur vanaf het kalenderjaar, waarin de leeftijd van 45 jaar wordt bereikt;
met 28,8 uur vanaf het kalenderjaar, waarin de leeftijd van 50 jaar wordt bereikt;
met 36 uur vanaf het kalenderjaar, waarin de leeftijd van 55 jaar wordt bereikt;
met 43,2 uur vanaf het kalenderjaar, waarin de leeftijd van 60 jaar wordt bereikt.
**2.** Voor parttimers geldt de verhoging van het basisverlof, zoals bedoeld in het vorige lid, naar rato.
**3.** Het bepaalde in de vorige leden laat onverlet hetgeen is bepaald in artikel 6:2:1, lid 7, van de CAR/UWO.