Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Exploitatieverordening gemeente Maastricht 2003’.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Maastricht op 21 januari 2003.
De Griffier,
Drs. B. Kremer.
De Voorzitter,
Drs. G. Leers.
Toelichting op de Exploitatieverordening gemeente Maastricht 2003
Algemeen
Steeds meer wordt de gemeente geconfronteerd met het niet-volledig uit kunnen voeren van actieve grondpolitiek. Dit houdt in dat naast de door de gemeente te verwerven gronden, die vervolgens bouwrijp worden gemaakt en ten slotte worden uitgegeven, steeds meer particuliere initiatieven tot grondexploitatie ontstaan.
In dergelijke situaties, waarbij zowel gemeentelijke als particuliere grondexploitatie plaatsvindt, is de gemeente in beginsel verantwoordelijk voor de aanleg van de benodigde infrastructurele werken zoals wegen, straten, riolering, enzovoort.
Door middel van de actieve grondpolitiek worden deze kosten doorberekend aan de netto uitgeefbare bouwterreinen. In geval van particuliere grondexploitatie is een dergelijke doorberekening niet mogelijk, simpelweg vanwege het feit dat de grond niet in eigendom is van de gemeente.
Toch is het uit een oogpunt van gelijkheid en rechtszekerheid rechtvaardig dat ook particuliere grondexploitanten een (financiële) bijdrage leveren in de kosten van de eerdergenoemde voorzieningen. Deze bijdrage wordt dan bepaald op basis van de baat die deze (bouw)gronden hebben bij de aanleg van genoemde werken.
In artikel 42 WRO is bepaald dat de gemeenteraad een verordening behoort vast te stellen die de voorwaarden bevat waaronder de gemeente medewerking verleent aan het in exploitatie brengen van gronden. Deze verordening wordt “Exploitatieverordening” genoemd.
De verordening is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
Voorafgaande aan de realisatie van een bestemmingsplan moet duidelijkheid ontstaan omtrent de risico’s die zijn verbonden aan het niet-volledig kunnen verwerven van de desbetreffende gronden. Aan de hand van deze risico’s zal door middel van een raadsbesluit moeten worden vastgesteld of, en zo ja op welke wijze kostenverhaal zal plaatsvinden. Op deze wijze ontstaat vooraf duidelijkheid voor alle betrokkenen.
Deze werkwijze sluit aan bij de op 26 juli 1991 in werking getreden wijziging van de gemeentewet-oud, i.c. de wijziging van de bouwgrond- en baatbelasting (Stb. 394). In deze wet wordt het nemen van een bekostigingsbesluit voordat wordt aangevangen met de voorzieningen van openbaar nut, verplicht gesteld. Deze verplichting is eveneens van toepassing op de baat- en bouwgrondbelasting zoals opgenomen in de artikelen 221 respectievelijk 222 van de Gemeentewet zoals deze gold tot 1 januari 1995. Ten slotte is de vaststelling van een bekostigingsbesluit ook van toepassing op de baatbelasting (nieuwe stijl), die in de Gemeentewet is opgenomen ter vervanging van de voorheen geldende baat- en bouwgrondbelasting (zie artikel 222 van de Gemeentewet zoals dat luidt per 1 januari 1995). Het opnemen van een kostenverhaalsbesluit in de exploitatieverordening verduidelijkt dan ook de samenhang tussen het kostenverhaal via exploitatieovereenkomst enerzijds en het verhaal op basis van een baatbelasting anderzijds.
Op basis van het onder a. genoemde uitgangspunt wordt de wijze van toerekening van baat via de methoden van exploitatieovereenkomst en baatbelasting zo veel mogelijk op elkaar afgestemd. Dit betekent, dat de in de exploitatieverordening opgenomen systematiek van baattoerekening is aangepast en gerelateerd aan de fiscale verhaalsmethode.
Het onder a. genoemde uitgangspunt brengt met zich mee dat de exploitatieovereenkomst zowel op initiatief van de gemeente als op basis van een verzoek van exploitant kan worden aangegaan.
Gelet op de thans opgenomen werkwijze zal een aanvraag tot het sluiten van een exploitatieovereenkomst in de regel alleen nog voorkomen in situaties waarbij incidentele voorzieningen moeten worden getroffen, vaak speciaal ten behoeve van exploitant. In de meeste overige gevallen zal immers steeds sprake zijn van de werking van een kostenverhaalsbesluit.
De opsomming van de verschillende voorzieningen van openbaar nut is uitgebreid met die werken die als gevolg van onder meer de milieuwetgeving noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bestemmingsplan.
Tot slot wordt opgemerkt dat de verordening is aangepast aan de gevolgen van de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur per 7 maart 2002.
Hieronder volgt een artikelsgewijze toelichting.
Afdeling I: Algemene bepalingen
Hoofdstuk › Afdeling V:
Artikel 15.
Citeertitel
Onderdeel van Exploitatieverordening Maastricht 2003