3.1 Voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van bestuurders kunnen in aanmerking komen: bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die beschikken over een rechtsgeldige Europese gehandicaptenparkeerkaart, die nog minimaal een ½ jaar geldig is.
3.2 De aanvrager kan niet beschikken over parkeergelegenheid op eigen terrein zoals bedoeld in artikel 6.
3.3 De aanvrager kan blijkens de uitkomst van het verkeerstechnisch onderzoek zoals omschreven in artikel 5 van deze beleidsregels, niet beschikken over voldoende beschikbare parkeergelegenheid binnen de maximaal in het indicatiebesluit vastgestelde loopafstand.
3.4 De werkgever is verantwoordelijk voor een parkeerplaats voor gehandicapten op het terrein van de werkgever. Alleen indien de werkgever geen ruimte op eigen terrein heeft, kan worden uitgeweken naar de openbare ruimte. Indien wordt uitgeweken naar de openbare ruimte geldt dat er een tijdsbeperking op de plek kan worden gelegd.
3.5 Voor toewijzing van een individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van bestuurders dient de aanvrager eigenaar te zijn van het motorvoertuig. Indien hij geen eigenaar is van het motorvoertuig waarvoor hij de aanvraag doet, dient hij een verklaring te overleggen waaruit blijkt dat het motorvoertuig voor langere tijd wordt gehuurd of geleased.
3.6 Voor individuele gehandicaptenparkeerplaatsen ten behoeve van bestuurders die aangelegd worden op een particulier terrein heeft de gemeente vooraf toestemming nodig van de eigenaar van het terrein waarop de gehandicaptenparkeerplaats gerealiseerd dient te worden.
Artikel 3
Criteria individuele gehandicaptenparkeerplaats ten behoeve van bestuurders nabij woning/werk
Onderdeel van Beleidsregels individuele gehandicaptenparkeerplaatsen gemeente Pijnacker-Nootdorp