7.1 Het college bepaalt de definitieve locatie van de individuele gehandicaptenparkeerplaats. Uitgangspunt is zoveel mogelijk rekening houden met de voorkeur van de aanvrager en de gestelde eisen aan de parkeerplaats genoemd in deze beleidsregels.
7.2 Een individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt gerealiseerd door plaatsing van bord E6 van bijlage 1 van het RVV 1990 met een onderbord waarop maximaal één kenteken staat vermeld van het motorvoertuig van de aanvrager. De parkeerplaats wordt tevens voorzien van een wit kruis en een tegel waarop het logo met de afbeelding van een rolstoel. Tevens kan er een onderbord geplaatst worden waarop de dagen en tijden zijn vermeld waarop de parkeerplaats is aangewezen als individuele gehandicaptenparkeerplaats.
7.3 Op grond van artikel 15 van de Wegenverkeerswet 1994 neemt het college van burgemeester en wethouders een verkeersbesluit voor plaatsing van het bord E6 van bijlage 1 van het RVV 1990.
Artikel 7
Uitvoering
Onderdeel van Beleidsregels individuele gehandicaptenparkeerplaatsen gemeente Pijnacker-Nootdorp