Naar hoofdinhoud

Artikel Passend aanbod van hulpverlening en zorg voor jeugd die dat nodig heeft

Artikel Passend aanbod van hulpverlening en zorg voor jeugd die dat nodig heeft

Onderdeel van Update nota jeugdbeleid

Het aanbod voor hulpverlening en de zorg voor onze jeugd is belegd bij diverse organisaties die samenwerken binnen het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Het CJG richt zich met name op de preventie en de coördinatie van zorg. Belangrijke partners binnen het CJG zijn de peuterspeelzalen en de scholen. De peuterspeelzalen hebben een grote rol in de voor en vroegschoolse educatie en daarmee in de algehele ontwikkeling van peuters. De scholen hebben een grote rol in de ontwikkeling en zorg van de kinderen en jeugdigen in onze gemeente. Een belangrijk onderdeel hiervan is het passend onderwijs en de daarmee gepaard gaande wetswijziging in augustus 2014. De afstemming met de peuterspeekzalen, kinderopvang en scholen vindt plaats in het overleg ‘Lokale educatieve agenda’(LEA). De jeugdzorg is tot 2015 nog een taak van de provincie. Vanaf 2015 is ook deze zorg een taak van de gemeente. Hieronder wordt ingegaan op het CJG en de ontwikkelingen rond de decentralisatie van de Jeugdzorg en welke acties wij daarin nemen. F.1. Centrum voor jeugd en gezin Wat hebben we gedaan? In Ochten is een fysiek inlooppunt van het CJG. Deze wordt vooral bezocht door ouders van 0-4 jarigen. Naast het fysieke inlooppunt heeft het CJG een website en een telefonisch loket, waar ouders en professionals terecht kunnen voor informatie en vragen. De meeste jongeren en ouders vinden hun informatie op internet, via de telefoon of op plekken waar ze toch al komen, zoals een school of een jongerensoos.  Voor jongeren is er de CJG site www.zolosjehetop.nl. Het CJG richt zich op het versterken van de civil society. Zij zet mensen in haar eigen kracht en ondersteunt waar nodig. Hierbij sluit zij zoveel mogelijk aan bij bestaande vindplaatsen als scholen en jongerensozen. Naast deze ‘statische’ voorzieningen is het CJG ook een netwerkorganisatie, waarin de diverse partners samen de volgende taken voor hun rekening nemen: Informatie en advies Signalering Toeleiding naar hulp Opgroei- en opvoedondersteuning Coördinatie van zorg Deze taken worden uitgevoerd door consultatiebureau, jeugdverpleegkundigen, schoolmaatschappelijk werk, algemeen maatschappelijk werk, jongerenwerk, gezinsnetwerken, scholen, kerken en verenigingen. Bij coördinatie van zorg voor gezinnen met meervoudige problematiek zijn Jeugdpreventie netwerk en Zat’s op de VO-scholen het schakelpunt, waarna een casemanager wordt toegewezen aan het gezin. Naast bovenstaande aanbieders zijn wij in december 2012 gestart met de inzet van Patch. Patch is er voor jongeren tussen 15 en 25 jaar die problemen hebben op minimaal twee van de volgende gebieden: schulden, inkomen, dagbesteding, justitie, verslaving, psychiatrie of huisvesting. Medewerkers aan Patch geven jongeren een afgebakende tijd extra ondersteuning om hun leven weer op de rit te krijgen. Wanneer Patch een te ‘zwaar’ hulpmiddel is, en de reguliere informatie- en adviesfunctie van het jongerenwerk niet toereikend is, kan ook gebruik gemaakt worden van individuele begeleiding van het jongerenwerk van Mozaïek. In het afgelopen jaar heeft het CJG zich gericht op de volgende onderdelen: Meer naamsbekendheid door PR, aanwezigheid op jaarmarkten, informatie in krant en Neder-Betuwe magazine, verspreiding A4tje onder scholen met foto’s van CJG medewerkers. Spreekuren en thematafels op de basisscholen. Week van de opvoeding. ‘Opvoedcarrousel’ op VO scholen. Versterken samenwerking partners. Afstemming Veiligheidshuis Afstemmingsoverleggen op scholen met Jeugdverpleegkundige, IB-er en schoolmaatschappelijk werker (Kleincasusoverleg). Scholing CJG medewerkers. In de regio Rivierenland is onderzocht hoe bekend het CJG is bij de doelgroep en welke vormen om bekendheid te genereren elders in het land goed werken. De resultaten van het onderzoek geven handvatten om het CJG beter onder de aandacht te brengen. Verder is onderzocht welke opvoedmethodiek in Rivierenland door alle partners kan worden gehanteerd, zodat het aanbod beter op elkaar afgestemd kan worden. Uit het onderzoek bleek echter dat er niet één opvoedmethodiek is aan te bevelen, maar er gezamenlijke uitgangspunten zijn die in heel Rivierenland gehanteerd kunnen worden. In het verlengde daarvan wordt professionals in Rivierenland een cursus aangeboden in de wijze van advisering aan inwoners. Verder is in 2012 de pilot gebiedsgerichte teams gestart in Neerijnen en Tiel, waarbij professionals samen met jeugdigen, hun ouders en hun omgeving vorm en inhoud geven aan opvoeden/opgroeien en ontwikkelen. De evaluatie hiervan is in de zomer van 2013 gehouden en aangeboden aan de programmaraad Zelfredzaam. In Neder-Betuwe is in januari 2014 gestart met Kernpunten (sociale wijkteams 0-100). Hier valt ook de doelgroep Jeugd onder. Wat gaan we doen? Met de decentralisatie van de Jeugdzorg is het belangrijk om op lokaal niveau een goede infrastructuur in te richten om de nieuwe taken op te vangen. Dit betreft de volgende taken: het versterken van de pedagogische civil society Het realiseren van een sluitende jeugdketen met een dekkend (basis)aanbod Het bevorderen van een optimale afstemming en samenwerking tussen de 0e , 1e en 2e lijn Het coördineren van de zorg volgens 1 gezin - 1plan - 1 casusregisseur Het organiseren van de toegang tot (Jeugd)zorg (de Portaalfunctie) Verantwoordelijkheid voor kostenbeheersing en effectiviteit van zorg (Poortwachterfunctie) Het kunnen inschatten van de veiligheid van het kind en daarnaar handelen. F.2. Decentralisatie van de Jeugdzorg: De voorbereidingen op de decentralisatie van de jeugdzorg wordt in regionaal verband opgepakt en is in volle gang. Met ingang van 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor: het versterken van het opvoedkundig klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen en kinderopvang; het voorzien in een voldoende passend (dus effectief ) aanbod van jeugdhulp; het advies geven over en het bepalen en inzetten van de aangewezen vorm van jeugdhulp, op een laagdrempelige en herkenbare wijze; de vereiste expertise dient daarbij op het juiste moment beschikbaar te zijn; het op een toegankelijke wijze adviseren van professionals met zorgen over een jeugdige (consultatiefunctie); het doen van een verzoek tot onderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming indien een kinderbeschermingsmaatregel noodzakelijk geacht wordt; het compenseren van beperkingen in de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van een jeugdige (maatschappe­lijke begeleiding); het op een eenvoudige wijze adviseren van jeugdigen met vragen; het voorzien in een toereikend aanbod van gecertificeerde instellingen die de maatregelen van kinderbescherming en jeugdreclassering uitvoeren. Wat gaan we doen? Om de lokale infrastructuur goed neer te zetten en goed voorbereid te zijn op de decentralisatie van de Jeugdzorg worden de volgende acties ondernomen: Kernpunten Met de Kernpunten wordt de toegang naar het sociale domein in Neder-Betuwe vormgegeven. Dit gebeurt door het vormen van Kernpunten (Sociale wijkteams). In december 2013 is een nota over de invulling van de Kernpunten vastgesteld door de gemeenteraad. De Kernpunten zijn in januari 2014 gestart. Het inrichten van een transitiearrangement Vertegenwoordigers van het rijk, provincies en gemeenten hebben afgesproken om de continuïteit van jeugdzorg bij de overgang naar gemeenten per 1 januari 2015 te garanderen. Dit betekent dat alle jongeren die op 31 december 2014 in zorg zijn of daarvoor op dat moment een indicatie hebben, gedurende het jaar 2015 recht hebben op continuering van de zorg. Voor de pleegzorg geldt dat deze continuering langer kan duren dan één jaar. Kinderen kunnen namelijk jaren in één pleeggezin wonen en het is goed om die situatie niet onnodig te veranderen. Gemeenten hebben over de continuïteit van zorg met zorgaanbieders en financiers afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn in regionaal verband gemaakt en vastgelegd in het Transitiearrange-ment. Het transitiearrangement heeft geen juridisch bindende status. De afspraken zijn echter niet vrijblijvend, omdat het continueren van zorg in 2015 wettelijk is vastgelegd. Het arrangement is een overzicht van afspraken over de volgende onderwerpen: Hoe is de continuïteit van zorg geborgd? Hoe ziet de benodigde infrastructuur eruit, met andere woorden: hoe komt de hulpvrager bij de juiste zorgaanbieder? Hoe worden de frictiekosten die met de transitie samenhangen beperkt? Beleidsplan Eind 2013 is de groeinota Jeugdzorg vastgesteld in de gemeenteraad. De volgende stukken worden in 2014 ter besluitvorming voorgelegd: Nota ‘Sturing en bekostiging’ in april 2014 Tussennota Jeugdzorg in zomer 2014 Definitief beleidsplan in november 2014. De nota’s en beleidsplannen komen tot stand in samenwerking met de tien gemeenten in regio Rivierenland. Pilots Om goed voorbereid te zijn op de decentralisatie van taken zijn we naast de beleidsplannen gestart met een aantal pilots. Dit zijn volgende: Loslaten indicatiestelling Doel van de pilot is om de kwaliteit van de 1e lijn (CJG) te vergroten en de afstand naar de 2e lijn van ambulante zorg te verkorten, waardoor meer problemen in de eerste lijn afgehandeld kunnen worden, de instroom in de specialistische jeugdzorg vermindert, de behandeling korter en effectiever wordt. Deze pilot startte in het najaar van 2013 en loopt door tot eind 2014. Daarna zal deze werkwijze een plek krijgen in het te maken beleid. Nazorg na Jeugdzorg Het doel van deze pilot is het creëren van een soepele en warme doorstroom van jongeren terug naar een zelfstandig leven in hun gemeente. Het gaat hierbij niet om één specifiek overdrachtsmoment, maar een periode van meerdere maanden waarbij jongeren vanaf een bepaalde leeftijd (doorgaans 17,5 jaar) worden voorbereid voor een zelfstandig leven na hun zorgtraject of worden voorbereid op volledige terugkeer in het (plaatsvervangend) gezin (vanaf 12 jaar). Eind 2011 is gestart met een orientatiefase. Inmiddels zijn we aangekomen bij de fase van uitvoering en borging. De pilot wordt eind 2014 afgerond en zal dan worden opgenomen in de nieuwe werkwijze. F.3. LEA en VVE Wat hebben we gedaan? De Neder-Betuwse Lokale Educatieve Agenda (LEA) gaat over Neder-Betuwse leerlingen hun talenten en de kansen die zij krijgen om zich te ontwikkelen. Het stimuleren van ieders talent, het wegwerken van achterstanden en het stimuleren van kinderen, jongeren en jongvolwassenen om een positieve ontwikkeling door te maken. Onderwijs is een belangrijke schakel in de ontwikkeling van een leerling. Kinderen, jongeren en jongvolwassenen leren en ontwikkelen zich op vele plekken, binnen en buiten de school. Zij moeten op alle terreinen een kans krijgen. We plaatsen daarom in Neder-Betuwe de LEA in een breed kader: de sociale samenhang, wijk en buurt, culturele en welzijnsvoorzieningen, kinder- en jongerenwerk en jeugdzorg. We streven naar een integrale benadering met de nadruk op nauwe samenwerking en ontschotting. Het afgelopen jaar heeft in de LEA de focus gelegen op Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE). Begin 2012 heeft de Onderwijsinspectie een nulmeting uitgevoerd naar de kwaliteit van VVE in Neder-Betuwe, evenals in andere gemeenten. Met name op onderwerpen als doorgaande leerlijn, resultaatmeting en ouderbetrokkenheid dienen verbeteringen doorgevoerd te worden. Na een interactief proces waarin documenten als ‘Neder-Betuwse Overdracht- en Verwijsprocedure’ en ‘Programma van eisen’ zijn opgesteld, is er op 7 juni 2012 een intentieverklaring getekend. In deze intentieverklaring liggen afspraken vast voor de uitvoering van de voor- en vroegschoolse educatie in de gemeente Neder-Betuwe tussen de gemeente en het peuterspeelzaalwerk, kinderopvangorganisaties SamSam en Bunderbos, STMG en het Primair Onderwijs. Samen met kinderopvangaanbieders, de aanbieder van peuteropvang en schoolbesturen zijn nieuwe ambities geformuleerd op voorschoolse voorzieningen voor 0 tot 4 jarigen in Neder-Betuwe. Verschillende landelijke en lokale ontwikkelingen hebben daartoe aanleiding gegeven. Wat gaan we doen? Met de partners in de LEA gaan we een evaluatietraject in. Daarin wordt besproken wat we de afgelopen periode hebben bereikt, wat goed gaat en wat beter kan. Daarnaast wordt de LEA verbreed: er zullen meer onderwerpen aan bod komen, er is behoefte aan een organogram en meer helderheid over ieders verantwoordelijkheden. Daarmee wordt de structuur van de LEA steviger neergezet en de betrokkenheid van deelnemers geoptimaliseerd. De Neder-Betuwse Lokale Educatieve Agenda 2014-2018 zal de hoofdlijnen schetsen voor het Neder-Betuwse onderwijsbeleid in de komende vier jaren. Deze wordt naar verwachting in het derde kwartaal 2014 aangeboden.

Rechtspraak bij dit artikel