Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 27

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van Reglement van orde voor de raad Purmerend 2014

1.. Het stemmen gebeurt hoofdelijk, digitaal, door handopsteking of via stembriefjes; stemmen over personen gebeurt altijd via stembriefjes. 2.. De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd: indien geen stemming wordt verlangd, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen; aanwezige raadsleden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. indien wel stemming wordt verlangd, meldt de voorzitter dit en roept de voorzitter de raadsleden op hun stem uit te brengen 3.. Hoofdelijke stemming gebeurt op afroep, begint bij het raadslid dat daarvoor overeenkomstig artikel 17 is aangewezen en wordt vervolgd in de volgorde van de presentielijst. 4.. Bij hoofdelijke stemming zijn alle aanwezige raadsleden verplicht hun stem uit te brengen, mits zij zich niet van deelneming aan de stemming moeten onthouden. 5.. De raadsleden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 6.. Vergist een raadslid zich bij het uitbrengen van zijn stem, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij, nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 7.. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel