**1..** Ter zake van overtreding van de krachtens artikel 23 lid 3 van de wet gestelde regels kanhet college een bestuurlijke boete opleggen van:
€ 250,00 bij overtreding van de in artikel 5.2 lid 1 bedoelde verplichting;
€ 250,00 bij overtreding van de in artikel 5.3 lid 1 bedoelde verplichting;
€ 250,00 bij overtreding van de in artikel 5.4 onderdeel a bedoelde verplichting;
€ 250,00 bij overtreding van de in artikel 5.4 onderdeel b bedoelde verplichting;
€ 250,00 bij overtreding van de in artikel 5.4 onderdeel c bedoelde verplichting;
€ 250,00 bij overtreding van de in artikel 5.4 onderdeel d bedoelde verplichting.
**2..** Indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige overtreding van de in artikel 5.4 onderdeel a bedoelde verplichting opnieuw schuldig maakt aan een dergelijke overtreding, kan het college een bestuurlijke boete opleggen van € 500,00.
**3..** Indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige overtreding van de in artikel 5.4 onderdeel b bedoelde verplichting opnieuw schuldig maakt aan een dergelijke overtreding, kan het college een bestuurlijke boete opleggen van € 500,00.
**4..** Indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige overtreding van de in artikel 5.4 onderdeel c bedoelde verplichting opnieuw schuldig maakt aan een dergelijke overtreding, kan het college een bestuurlijke boete opleggen van € 500,00.
**5..** Indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige overtreding van de in artikel 5.4 onderdeel d bedoelde verplichting opnieuw schuldig maakt aan een dergelijke overtreding, kan het college een bestuurlijke boete opleggen van € 500,00.