1 De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
dat die hond zich niet binnen de bebouwde kom van uitwerpselen
ontdoet, uitgezonderd daartoe aangewezen hondenuitlaatstroken en/of
hondentoiletten.
2 Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het
college aangewezen plaatsen.
De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste
lid gestelde gebod wordt opgeheven, indien de eigenaar of
houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen
onmiddellijk worden verwijderd.
Ter uitvoering van het in het derde lid gestelde dient de
eigenaar of houder van de hond een opruimmiddel bij zich te
hebben.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 11
Artikel 2:58
Verontreiniging door honden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Asten 2014 (APV)