Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Verantwoording en controle

Onderdeel van VERORDENING FRACTIEVERGOEDING 2014

1. Elke fractie legt binnen drie maanden na het einde van een kalenderjaar aan de raad verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning onder overlegging van een verslag. 2. Het recht op vergoeding van het afgelopen kalenderjaar vervalt als niet binnen de termijn van het eerste lid van dit artikel verantwoording is afgelegd als bedoeld in dit artikel. 3. Een fractie die na de verkiezingen of tussentijds als zodanig ophoudt te bestaan, legt binnen drie maanden na de verkiezingsdatum respectievelijk de datum van beëindiging van de activiteiten verantwoording af. 4. Het verslag vermeldt in elk geval: a. het bedrag dat in het voorafgaande kalenderjaar aan vergoeding is ontvangen; b. het bedrag van de uitgaven ten laste van de vergoeding over het voorafgaande kalenderjaar; c. waaraan de vergoeding is besteed; de uitgaven worden, zoveel mogelijk, onderbouwd met bewijsstukken die desgevraagd ter beschikking worden gesteld. 5. Bij het verslag wordt gevoegd een verklaring van de fractie over de juistheid van de overgelegde gegevens. Deze verklaring wordt ondertekend door de fractievoorzitter en bij fracties met meer dan één zetel een tweede fractielid. 6. Controle van het verslag vindt plaats door het raadspresidium. Het presidium brengt advies uit aan het fractievoorzittersoverleg. 7. Binnen drie maanden na ontvangst van het advies van het presidium wordt het advies besproken in het fractievoorzittersoverleg indien daartoe vanuit het fractievoorzittersoverleg aanleiding wordt gezien.

Rechtspraak bij dit artikel