In de volgende gevallen en onder de volgende condities bevordert het college
van burgemeester en wethouders een gecoördineerde voorbereiding van
besluiten als bedoeld in artikel 2 en 3:
het besluit over een aanvraag om omgevingsvergunning, die op het
moment van indienen op grond van artikel 2.1, lid 1, sub c of
artikel 2.11 lid 1 van de Wabo geweigerd zou moeten worden en die
slechts op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo
kan worden verleend, en het besluit over het bestemmingsplan,
uitwerkingsplan of wijzigingsplan dat de omgevingsvergunning
mogelijk maakt, maken tenminste deel uit van de te coördineren
besluiten en;
een ander besluit, dat als bij de coördinatie wordt betrokken, is
genoemd in artikel 3 en houdt verband met de aanvraag of het
bestemmingsplan als bedoeld onder a en;
door of namens het college van burgemeester en wethouders is
vastgesteld dat het besluit als bedoeld onder b kan worden
voorbereid en;
door of namens het college van burgemeester en wethouders is
vastgesteld dat zich geen belemmering als bedoeld in artikel 5
voordoet en;
de aanvrager heeft zich schriftelijk akkoord verklaard met de
gecoördineerde voorbereiding en met de gevolgen die dat voor de
aanvrager heeft en;
de aanvraag bedoeld in lid a betreft één of meer van de volgende
activiteiten: - het realiseren van een project dat is opgenomen in
een structuurvisie; - het bouwen of verbeteren van woningen; - het
realiseren van nutsvoorzieningen; - het realiseren van
maatschappelijke voorzieningen; - het renoveren van bedrijven; - het
realiseren van agrarische bedrijven (inclusief agrarische
bedrijfswoningen); - het realiseren van infrastructurele werken; de
realisatie van winkels en bedrijfspanden.