**1..** Aan de ambtenaar die gedurende drie jaar ingeschaald is in het maximum van de voor hem geldende salarisschaal kan een uitloopperiodiek worden toegekend.
**2..** De uitloopperiodiek wordt toegekend indien gedurende de drie jaar als bedoeld in lid 1, minimaal twee jaar, waarvan in ieder geval het laatste jaar, een oordeel D wordt toegekend op 3 van de 7 onderdelen uit het personeelsbeoordelingssysteem. Het D-oordeel dient in ieder geval te worden toegekend op het onderdeel klantgerichtheid. Op de onderdelen waarop geen D-oordeel wordt toegekend, dient minimaal het oordeel C te zijn toegekend.
**3..** In afwijking van lid 2 geldt dat voor leidinggevenden het oordeel D wordt toegekend op 4 van de 8 onderdelen waartoe in ieder geval behoren de onderdelen klantgerichtheid en leidinggeven. Onder leidinggeven dient hier te worden verstaan dat de functiewaarderingsscore voor het desbetreffende onderdeel minimaal 2 punten bedraagt.
**4..** Na het toekennen van de eerste uitloopperiodiek wordt vervolgens na elke twee jaar een vervolguitloopperiodiek toegekend bij een beoordeling overeenkomende met het bepaalde in de leden 2 en 3. Het maximum aantal toe te kennen uitloopperiodieken bedraagt vier.
**5..** Indien een eerste uitloopperiodiek wordt toegekend, vindt inschaling plaats in de volgende schaal en wel op het naasthogere bedrag van het maximum van de voor de ambtenaar geldende salarisschaal met dien verstande dat de salarisverbetering minimaal € 25,40 bedraagt. Het bedrag van € 25,40 geldt per 1 januari 2006 en wordt vervolgens aangepast aan de algemene salarisontwikkeling bij de sector gemeenten.
**6..** Indien vervolguitloopperiodieken worden toegekend, vindt inschaling telkens plaats in het naasthogere bedrag van het bedrag zoals bepaald in lid 5. Indien in de schaal als bedoeld in lid 5 onvoldoende uitloopperiodieken kunnen worden toegekend, vindt inschaling plaats in de naasthogere schaal. Het bepaalde in lid 5 is dan eveneens van toepassing.