Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Bibob-beleidslijn openbare inrichtingen

De toevoeging "indien sprake is van...", zoals genoemd in artikel 3, zorgt ervoor dat de aanvragen op dit terrein in eerste instantie niet in de volle breedte aan Bibob worden getoetst. De Drank- en Horecawet en de APV schrijven namelijk voor dat in veel meer, dan in de genoemde, gevallen nieuwe vergunningen moeten worden aangevraagd (dit is bijvoorbeeld al zo wanneer een horecabedrijf van leidinggevende verandert). Aangezien het te ver voert om de wet op al deze aanvragen toe te passen, is de laatste zinsnede toegevoegd. Dit betekent echter niet dat in een concrete situatie, waarbij om een andere dan de bovengenoemde reden een beschikking wordt aangevraagd, er geen Bibob toets zou kunnen plaatsvinden terwijl dit wel gewenst is. Indien aanleiding bestaat voor het vermoeden dat de beschikking zou kunnen worden gebruikt ter facilitering van criminele activiteiten, moet getoetst kunnen worden aan Bibob. Artikel 4 biedt de mogelijkheid om in bijzondere situaties toch aan Bibob te toetsen met betrekking tot de in artikel 3 genoemde categorieën. Het gaat hierbij om alle soorten van aanvragen die voor de genoemde categorieën worden ingediend. In artikel 3 wordt bijvoorbeeld de aanvraag voor het wijzigen van een leidinggevende of het veranderen van een inrichting niet genoemd. Deze aanvragen kunnen middels artikel 4 wel getoetst worden aan Bibob als daarvoor aanleiding bestaat. Daaraan is een aantal voorwaarden verbonden. Op grond van artikel 4, eerste lid, onder a, moet het vermoeden duidelijk naar voren komen uit de verkregen informatie van o.a. de aanvrager zelf, uit interne informatie b.v. van de handhavers of uit dossiers van betrokkene en uit informatie van de politie en andere externe partijen waarmee een convenant is afgesloten in het kader van informatieuitwisseling. Als uit de indicatorenlijst een duidelijk vermoeden naar voren komt, wordt een aanvrager direct geconfronteerd met een vragenformulier. Als een tip van het OM wordt ingediend omtrent in artikel 3 genoemde categorieën, wordt direct een Bibob onderzoek gestart. Naar aanleiding daarvan ontvangt de betrokkene direct een Bibob formulier. Het gaat immers om een vermoeden dat de beschikking gebruikt gaat worden of wordt voor de facilitering van criminele activiteiten. Op dat moment is al informatie beschikbaar waaruit dit blijkt. Hierbij gaat het ook om alle soorten van aanvragen met betrekking tot de in artikel 3 genoemde categorieën. Verder heeft het college, op grond van artikel 4, lid 1, onder c, de mogelijkheid andere categorieën of bepaalde gebieden aan te wijzen. Deze aanwijzing moet gebeuren aan de hand van een onderbouwd dossier en middels een algemene bekendmaking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel