**1..** Degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet afschaffing deelgemeenten waren benoemd als de voorzitter en de overige leden van het dagelijks bestuur van de stadsdelen, treden af op 27 maart 2014.
**2..** Over de periode van 19 maart 2014 tot op het moment dat de leden van het algemeen bestuur van de bestuurscommissies worden geïnstalleerd, worden de taken en bevoegdheden die op grond van de Verordening op de bestuurscommissies aan de bestuurscommissies worden opgedragen, gemandateerd aan de voorzitter en het dagelijks bestuur van de stadsdelen.
**3..** De voorzitter en het dagelijks bestuur van de stadsdelen nemen gedurende de in het tweede lid bedoelde periode alleen die besluiten die geen uitstel kunnen lijden.
**4..** De voorzitter en de leden van het dagelijks bestuur van de stadsdelen kunnen voor de taken en bevoegdheden die aan hen worden gemandateerd, ondermandaat verlenen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.
**5..** Gedurende de in het tweede lid genoemde periode is voor de bezoldiging van de voorzitter en de overige leden van het dagelijks bestuur, het Rechtspositiebesluit wethouders van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 2
Artikel 7:
Waarneming voorzitter en dagelijks bestuur stadsdelen
Onderdeel van Bijzondere verordening overgang deelgemeenten bestuurscommissies 2014