Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Belangenverstrengeling

Onderdeel van Gedragscode raadsleden en duoleden van de gemeente Leiden 2014

Een raadslid doet opgave van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt voor zover dat belang groter is dan 5% van het aandelenkapitaal. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen. Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt het raadslid (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een raadslid over een onderwerp in het geding kan zijn, geeft hij voor aanvang van de beraadslagingen daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat. Een raadslid dat familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente, onthoudt zich van stemming over de betreffende opdracht. Een raadslid neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente, geen geschenken, faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kunnen beïnvloeden. Een raadslid dat uit hoofde van zijn beroep of andere bestuursfuncties belangen heeft bij een bedrijf en of organisatie waarover besluitvorming in de raad plaatsvindt, onthoudt zich van stemming over dat betreffende besluit. Een raadslid dat als belanghebbende of wederpartij in een rechtszaak met de gemeente Leiden betrokken is, onthoudt zich van deelname aan de beraadslagingen en aan de stemmingen over het onderwerp dat in geschil is. Een raadslid treedt niet op als advocaat of gemachtigde van welk van de partijen in een rechtszaak dan ook als de gemeente Leiden een van die partijen is. Een raadslid kan in een rechtszaak slechts adviseur zijn van de wederpartij van de gemeente Leiden indien en voor zover dit voortkomt uit het door hem gediende publieke belang. Van het adviseurschap doet hij melding bij de voorzitter. Indien een raadslid twijfelt of hij aan de stemmingen deel kan nemen, kan hij hierover advies vragen bij de voorzitter. Indien het vermoeden bestaat dat er sprake zou kunnen zijn van belangenverstrengeling van een raadslid wordt dit buiten de vergadering gemeld bij de voorzitter van de raad. Deze vermoedens kunnen door een ieder naar voren worden gebracht. De voorzitter kan naar aanleiding van een melding of uit eigen beweging een onderzoek instellen naar het vermoeden van belangenverstrengeling.

Rechtspraak bij dit artikel