Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11

Artikel 5.2.

Bebouwing bij koopovereenkomsten

Onderdeel van Algemene voorwaarden voor de uitgifte van registergoederen door de gemeente Heerenveen

De koper is verplicht de grond te bebouwen met de in de uitgifteovereenkomst aangegeven bebouwing, welke al naar gelang de bestemming van de grond (een) woning(en), bedrijfsgebouw(en) of kanto(o)r(en) of bijzondere of andere nader omschreven bebouwing kan betreffen. De koper zal binnen twee maanden na de eigendomsoverdracht een volledige aanvraag ter verkrijging van een bouwvergunning bij de gemeente indienen. Binnen een half jaar, nadat aan de koper een bouwvergunning is verleend, dient hij met de bouw te beginnen. Binnen 2 jaar na datum van het verlenen van de bouwvergunning moet de op het perceel te bouwen woning, bedrijfsgebouw, kantoor of andere nader omschreven bebouwing voltooid en gebruiksklaar te zijn. Indien daartoe aanleiding bestaat kan deze termijn op aanvraag van de koper door de gemeente worden verlengd. Zolang niet is voldaan aan de in lid b vermelde verplichtingen mag de koper de grond en/of de opstallen niet zonder toestemming van Burgemeester en Wethouders in eigendom of economische eigendom overdragen, in erfpacht uitgeven, met beperkte rechten bezwaren, verhuren of verpachten of zijn rechten en plichten uit de overeen¬komst overdragen aan derden. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. Voor vestiging van het recht van hypotheek is geen toestemming nodig. Het bepaalde in lid c is niet van toepassing in geval van executoriale verkoop op grond van artikel 3:268 BW en van verkoop op grond van art. 3:174 BW. Indien na verloop van de in lid b genoemde termijn van twee jaar de bebouwing wel is aangevangen maar nog geen 50% van de geschatte bouwtijd is verlopen, is de koper aan de gemeente een schadevergoeding verschuldigd ter grootte van 10% van de koopprijs. Indien na verloop van de in lid b genoemde termijn van twee jaar de bebouwing nog niet is aangevangen heeft de gemeente het recht de overeenkomst te ontbinden en wederoverdracht van de onroerende zaak te vorderen. Indien na verloop van de in lid b genoemde termijn de bebouwing is aangevangen, maar meer dan 50% van de bebouwing gereed is, verlenen Burgemeester en Wethouders uitstel van de bouwplicht voor de periode van de geschatte bouwtijd van het restant van de bebouwing. Indien na verloop van die verlenging nog steeds een wezenlijk deel van de bebouwing moet geschieden is de koper aan de gemeente een schadevergoeding verschuldigd overeenkomstig het bepaalde in lid e, onverminderd het recht van de gemeente om de volledige nakoming van de bouwplicht te vorderen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel