Het college biedt jongeren die recht hebben op een
werkleeraanbod:
algemeen geaccepteerde arbeid of
ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of
een voorziening gericht op arbeidsinschakeling aan.
Het college kan het werkleeraanbod ook invullen met een
combinatie van algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling
en één of meerdere voorzieningen. 3. In afwijking van het tweede
lid kan een werkleeraanbod ook bestaan uit een
voorbereidingsperiode op een zelfstandig beroep of bedrijf, als
bedoeld in artikel 17, zesde lid van de wet.
Het college stemt het werkleeraanbod af op de omstandigheden,
krachten en bekwaamheden van de jongere, wiens recht op een werkleeraanbod
is vastgesteld. Bij de invulling van het werkleeraanbod
onderzoekt het college de mogelijkheden en omstandigheden van de jongere. Zij beziet daarbij tevens in hoeverre de
wensen van de jongere bij de invulling van het werkleeraanbod kunnen
worden betrokken.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2.
Opdracht college
Onderdeel van Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren 2010