Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien:
het huishouden de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen de genoemde termijn in gebruik heeft genomen;
de vergunning is verleend op grond van door de houder van de vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
Hoofdstuk 2 › AFDELING II › Paragraaf 3
Artikel 2.3.4
Intrekken vergunning
Onderdeel van Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013