** 1. .** Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op de SV-urgentieverklaring.
** 2. .** Burgemeester en wethouders trekken de urgentieverklaring in indien:
bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en er, indien juiste of volledige gegevens verstrekt zouden zijn geweest, de urgentieverklaring zou zijn geweigerd;
de houder van de urgentieverklaring niet meer behoort tot de urgentiecategorie welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring of zich één of meer toepasselijke, in artikel 2.6.5, eerste lid, opgenomen en op de desbetreffende urgentiecategorie toepasselijke weigeringsgronden voordoen;
de houder van de urgentieverklaring daartoe verzoekt; of,
de houder van de urgentieverklaring passende woonruimte heeft geweigerd of zich anderszins onvoldoende heeft ingespannen om zijn huisvestingsprobleem op te lossen.
** 3. .** Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring wijzigen indien:
bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en er, indien juiste of volledige gegevens verstrekt zouden zijn geweest, de urgentieverklaring niet zou zijn geweigerd maar anders op de aanvraag zou zijn besloten; of
de houder van de urgentieverklaring behoort tot een andere urgentiecategorie dan die welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring.
** 4. .** Ter voorbereiding van een besluit tot intrekking of wijziging van de urgentieverklaring kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een ter zake deskundig persoon.
** 5. .** Indien burgemeester en wethouders een voorwaarde aan de urgentieverklaring hebben verbonden, treedt de urgentieverklaring pas in werking als aan de voorwaarde is voldaan.
Hoofdstuk 2 › AFDELING II › Paragraaf 6
Artikel 2.6.10
Wijzigen en intrekken van de urgentieverklaring
Onderdeel van Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013