In het eerste en tweede lid is bepaald dat de maatregel wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht afhankelijk wordt gesteld van de hoogte van het bedrag aan inkomensvoorziening dat als gevolg van de schending van die verplichting ten onrechte of te veel aan belanghebbende is betaald.
In het vierde lid is vastgelegd dat van een maatregel wordt afgezien als inmiddels vervolging is ingesteld door het OM of als een schikking is getroffen. In dergelijke situaties is een maatregel niet meer opportuun.
HOOFDSTUK 7.
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Afstemmings- en fraudeverordening IOAW en IOAZ 2010