In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke niet door één persoon of één huishouden kan worden bewoond, zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, welke voorzieningen gedeeld worden met anderen, met uitzondering van een kamer in een verzorgings- of verpleeghuis;
kamerverhuurpand: gebouw of deel van een gebouw waarin onzelfstandige woonruimte wordt verleend aan meer dan één persoon, naast een eventuele hoofdbewoner (eigenaar/huurder);
buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan zoals omschreven in artikel 5.18 en 5.21 Omgevingswet.
gebruik oppervlakte wonen: de bewoonbare oppervlakte achter de voordeur van het kamerverhuurpand, exclusief opslagruimten en dergelijke, op basis van de “Meetinstructie bepalen gebruiksoppervlakte woningen volgens NEN 2580”;
kaart: kaart bij beleidsregel voor onzelfstandige woonruimte van januari 2014 .