1.De duur van de verlaging wordt verdubbeld, indien de jongere binnen 12 maanden na de
vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging opnieuw schuldig maakt aan een
verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie. Met een besluit waarmee een
verlaging is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien.
2.Indien de jongere na de recidive volhardt in de gedraging kan het college de uitkering
voor langere tijd verlagen dan wel het verlagingpercentage hoger vaststellen. Wanneer
de verlaging wordt opgelegd over meer dan drie maanden, heroverweegt het college
dit besluit telkens binnen een periode van ten hoogste twee maanden.
3.Als de jongere binnen 12 maanden nadat een verlaging is opgelegd opnieuw de
inlichtingenplicht niet of niet behoorlijk nakomt en dit leidt tot een benadelingsbedrag uit
dezelfde of hogere categorie, wordt de duur van de verlaging verdubbeld. De minimale
hoogte van de verlaging van de uitkering bedraagt in het geval van recidive 10%. Met
een besluit waarmee een verlaging is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om
daarvan af te zien met uitzondering van het gestelde in artikel 6, eerste lid, onder a.
4.Indien er sprake is van verschillende verwijtbare gedragingen die zich tegelijk voordoen,
vindt in beginsel, onverminderd artikel 2, tweede lid, cumulatie van de
verlagingspercentages plaats.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 14.
Recidive en cumulatie
Onderdeel van Afstemmings- en fraudeverordening Wet investeren in jongeren 2010